Hafid Bouazza kwam niet meer bij van het lachen vrijdagnacht in een Amsterdams café toen ik hem vertelde dat ik de volgende ochtend met de fiets langs een paar boekhandels zou gaan. Het was al na drie uur. We proostten.
Het is een uur fietsen van mijn huis naar Heemstede, zei ik. Daar is de eerste boekhandel. Dat valt mee.
Hij vroeg: Rijdt de uitgeverij jou dan niet daarnaartoe?
Dat had ik misschien moeten vragen. Mijn laatste roman gaat over wat je aan andere mensen kunt vragen en wat je verdient. Wat je waard bent, eigenlijk. Mijn mannelijke hoofdpersoon vraagt niks. Hij is wel veel waard, als man en als vriend. Ik vraag mijn uitgeverij bijna nooit iets. Waarom niet? Ben ik als schrijver wel iets waard zodat ik eisen kan stellen?
Daar dacht ik aan op weg naar huis, dat was ook al een flink stuk fietsen die nacht.
Zaterdag was het Bookstoreday, Engelse naam voor een feestdag van de Nederlandse boekhandel. De afgelopen twee jaar had ik niet meegedaan omdat er door de overkoepelende organisatie die onder de vlag van Bookstoreday opereert me geen programma of productie kon bieden. Ik kon meedoen, maar moest alles zelf organiseren. Dan produceer ik liever mijn eigen boekhandelstour, op zo’n dag.
In feite vroeg ik die organisatie om iets voor mij te doen. Stellig zijn, en dat volhouden. Ik bleek dat best te kunnen. Dit jaar deed ik hetzelfde. Gelukkig was er dit jaar wel een verbinding tussen de boekhandels en mijzelf: dat is het enige wat nodig bleek. Een beetje mailen, tijdschema maken. Een taxi hoorde daar niet bij, dat vragen is weer een ander verhaal.
Dat uur fietsen naar de eerste winkel had ik zeker nodig. Het waaide. Ik fietste tussen de landingsbanen van Schiphol naar Heemstede. Een polder, naar dan een hele saaie polder. Zonder uitzicht. In Heemstede werden buiten bij de boekwinkel hamburgers gebakken en was binnen een klein zaaltje ingericht, met muziek. Deze dag bleek maar weer dat muziek voor een feestdag een onmisbare factor is.
In mijn laatste roman wordt de soundtrack verzorgd door Sade. In Heemstede draaide een langspeelplaat van Sade haar rondjes, het werkte erg goed. Daarna fietste ik door de duinen naar Santpoort. Erg mooie route, een paar heuveltjes, brede fietspaden van klinkers. Vooral dat vind ik mooi: geen asfaltweggetje maar een eindeloos lange duinweg van klinkers. Dat maakt een ander geluid, en het werk om die steentjes de duinen door te leggen vind ik imponerend.
In de boekhandel in Santpoort klonk de muziek die normaal gesproken ook klinkt. Tenminste, dat denk ik. Klassieke muziek. Dat geeft in ieder geval een andere sfeer dan Sade. Het was erg rustig in de winkel. De boekhandelaar zei: Vanochtend was het wel heel druk.
Bij boekhandelsbezoeken stel ik me in op drie bezoekers maar ook op honderd. Het maakt me niet uit. Ik had het rondje door de provincie uitgestippeld en moest flink doortrappen om tegen half vijf in Buitenveldert te zijn, via Spaarne en Halfweg over een prachtige bochtige dijk met weilanden ernaast en ook een heel stuk door Amsterdam.
De tour was vier uur fietsen en als ik in iedere winkel een uur programma verzorgde dan was ik drie uur aan het kletsen. De winkels waren rustpunten, echter die klassieke muziek maakte me onrustig.
In Buitenveldert – na een uur en twintig minuten fietsen – klonk live muziek op het pleintje. In de winkel speelde een bandje. Er waren hapjes, er was wijn en bier. Direct een goeie sfeer. Ik werd geïnterviewd en voor ik het wist was het tijd om het laatste stukje naar huis te peddelen.
Thuis at ik en ging ik op de bank zitten tot ik tegen een uur of halfelf opgehaald werd om in Deventer met Özcan Akyol een gesprek op radio 1 te hebben over schrijven. Ik werd daar heengereden met een taxi, en ook weer terug. Ik hoefde er niet eens om te vragen en het leek allemaal heel gewoon.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen