Mijn oom was boer. Hij nam de boerderij over van mijn oma.
Mijn neef is nu nog steeds boer. Hij nam de boerderij over van mijn oom.
Het is een melkveehouderij. Op de boerderij groeiden mijn vader en mijn ooms en tantes op. Ik kwam er op zondag, koffiedrinken. En op verjaardagen.
Het is een enorm bedrijf.
Voor de meeste bedrijven in Amsterdam heb je bijna niks nodig, behalve een computer, een website, een logo, een net pak en wat schoenpoets. En als je vraagt wat ze maken dan weet niemand het.
Een boerderij is een miljoenenbedrijf. Alleen de grond al.
Het is landbouwgrond, dus veel minder waard dan bouwgrond met een woonbestemming, maar een hectare agrarisch land kost ongeveer 60 duizend euro. Een gemiddeld koeienbedrijf telt ongeveer 60 hectare. Pak de rekenmachine er maar bij. Alleen de grond: ruim drie en een half miljoen.
In Amsterdam staan huizen te koop voor drie en een half miljoen. Je kunt je erover verbazen, je kunt je vergapen aan de foto’s op Funda. Het zijn lachertjes.
Zo’n huis is af en als er iets kapotgaat kun je een mannetje bellen. Er hoeft geen woonhuis gebouwd te worden en daar hoeft geen schuur naast gebouwd te worden. Huis en schuur hoeven niet zelf onderhouden te worden. Er is geen tractor nodig. Over een scootertje wordt maanden getwijfeld.
Er rijden auto’s door de PC Hooftstraat die veel mensen nakijken. Een Porsche is daar zoiets als vroeger in mijn dorp een Golfje. Er rijden Lamborghini’s en Benley’s. Die auto’s zijn opgepoetst en maken veel kabaal, een beetje fatsoenlijke tractor kost twee keer zo veel.
Een automatische melkcarroussel. Heeft iemand enig idee wat een computergestuurde volautomatische melkinstallatie kost?
Voor die bedragen koop je een compleet lab met vage bedrijfjes op een werkplaatsenpark aan een of andere kade in de hoofdstad waar ontwerpers theedrinken en managers vergaderen over de volgende vergadering en waar niemand in dienst is want freelance geeft vrijheid. Investeren betekent: een nieuw computerprogramma downloaden.
De melkveehouderij van mijn neef is een miljoenenbedrijf dat wat betreft omvang, impact en werk groter is dan beursgenoteerde luchtbakkerijen, maar dit boerenbedrijf heeft geen website, geen logo, plaatst geen advertenties, komt niet praten bij DWDD, verzorgt geen collegetour en verschijnt ook niet in de reeks over familiebedrijven.
Enorm, en toch onzichtbaar.
Onbereikbaar.
Mijn neef heeft een vaste telefoon. Die staat in het woonhuis. Als je belt is de kans groot dat hij de koeien aan het melken is.
Mijn neef heeft grote handen. Sterke eeltige werkhanden die op zondag of bij feestjes extra geboend worden.
Ik fietste laatst langs een manicure, in de stad. Er zat een man in een blauw pak aan een tafel. Het was op een werkdag. Hij liet zijn nagels verzorgen door een klein blond vrouwtje. Allebei waren ze aan het werk.
Het bestaat allemaal naast elkaar, behalve als het om uitstraling en impact gaat. Om ruimte innemen. Om opinie. Om meningen en invloed.
Niemand steekt een keurig verzorgd handje uit om hem de hand te schudden.
Mijn neef is nog nooit iets gevraagd.
Waar in Amsterdam bewoners mee mogen vergaderen over de herindeling van de straat en het aantal parkeerplaatsen en bloemperkjes, krijgt mijn neef met zijn miljoenenbedrijf opgelegd dat de grootvee-eenheid (GVE) wordt teruggebracht van 3,8 naar maximaal 2,3 in 2020. Dat zijn het aantal koeien per hectare. Daar krijgen melkveehouders een brief over.
Is ergens in Den haag bepaald, of in Europa. Niemand weet het.
Waarschijnlijk heeft een freelancer uit zijn leren koffertje een calculator gehaald en een memo, en kon hij nog net voor de afspraak bij de pedicure een nieuwe opzet in elkaar schuiven voor het landbouwbeleid voor de komende jaren, en is dat plan tijdens een vergadering op het ministerie onder het genot van een verse soja latte beklonken.
Buiten de polder is het volstrekt vanzelfsprekend dat mensen met miljoenenbedrijven een eindje naast hun schoenen lopen. Daarom zijn in de stad de stoepen zo breed.
De werkelijke pijn van de boerenprotesten zit hem in de omvang van deze geweldige bedrijven die totaal omgekeerd evenredig is met de landelijke impact en invloed van de mensen achter deze bedrijven.
Een boer die dat al dertig jaar zat is stapt in zijn tractor en rijdt naar Den Haag.
Hij heeft gelijk. De andere boeren ook.
Schrijnend zal het zijn, de politici die zich verdringen om te kunnen roepen dat ze trots op hun boeren zijn. Ze staan allemaal klaar om zich de onvrede eigen te maken, te begrijpen, te voelen, te verwoorden. Maar morgen staan ze ergens anders klaar om andere onvrede te begrijpen, te voelen, te verwoorden.
Vandaag boeren toespreken is even ranzig als op andere dagen nooit naar die boeren luisteren.
Nu hoeft er geen podium opgericht te worden voor mijn neef en ook niet voor andere boeren. Ze hebben er helemaal geen behoefte aan om mensen toe te spreken of op tv te gaan zitten praten, al zal daar, terwijl ik dit schrijf, bij verschillende redacties van talkshows druk aan gewerkt worden.
Het is onzinnig. Boeren moeten niet in de wereld geduwd worden waar ze ver vandaan staan. Het zal gebeuren, er wordt getracht een paar boeren om te turnen in flitsende opiniemakers. Zet vanavond de tv maar aan. Er zal veel over boeren gepraat worden, en er zal een enkele boer aanschuiven, als hij vandaag op twitter of insta bewezen heeft leuk voor de dag te kunnen komen.
Het zal vreselijk zijn. Praten praten praten, met mensen die nooit iets gevraagd is en waar nooit naar geluisterd is.
Het enige wat er moet gebeuren is dat hun werk, impact, belangen, formaat van bedrijven en formaat van hun werkhanden de waardering krijgen die het verdient.
Draai het om. Ga naar een boer toe en vraag of je alsjeblieft even op zijn bedrijf rond mag kijken. Geen boer is blij met dit advies, maar iedere boer zal de opzet begrijpen.
Sorry, maar mag ik misschien als het uitkomt alsjeblieft heel eventjes rondkijken?
Hij zal ja zeggen. Kom maar even mee.
Kijk rond op zo’n boerderij. Trek laarzen aan. Kom nergens aan. En hou je bek dicht.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen