Tommy Wieringa stuurde me ooit een bericht nadat hij mijn roman over Carnaval had gelezen:

elke keer als ik het opensloeg, steeg er een geweldig rumoer uit op, en als ik het dichtsloeg was het onmiddellijk weer stil. zoals bij een verjaardagskaart met een elektronisch deuntje erin.

Om een of andere reden gebruikt Tommy geen hoofdletters in zijn mails. De boodschap was duidelijk, en ik was zeer vereerd. Het beeld van een boek als een verjaardagskaart met een elektronisch deuntje erin sprak me erg aan.
Op 8 mei 2020 noemde Tommy Carnaval in zijn column in NRC. Een provinciebestuurder in Brabant had gezegd, nadat de post ‘cultuur’ opgeheven werd: ‘Carnaval is ook cultuur.’
Dat is jammer. Politiek wordt tijdens Carnaval op de hak genomen en zelfs zo erg dat de burgemeester de ambtsketting voor drie dagen af moet staan. Het volk kan zonder.
Als dan het bestuur van de provincie als argument aandraagt dat kunst en cultuur maar één pot nat zijn, dat orkesten dezelfde waardering verdienen als dweilorkesten, en daarvoor Carnaval als argument gebruikt, dan is dat vanzelfsprekend armoede.
Want: de geldkraan gaat dicht.
Natuurlijk heb ik het moeilijk met die waardering voor kunst en cultuur vanuit de overheid. Tommy heeft gelijk: die waardering is tot een nulpunt gedaald, getuige het toeschuiven van de post ‘Cultuur’ in Brabant bij ‘Vrijetijd’.
Ik kijk er niet van op. Mijn oude HBO-studie Cultuur en Beleid heette op een gegeven moment ook Vrijetijd studies. Echt waar.
Dit boek gaat niet over politiek of over beleid. Dit boek gaat alleen over Carnaval, en dat staat het verst mogelijk af van politiek. Het staat voor mij wel heel dicht bij kunst, maar het verschil is dat erg weinig mensen hun beroep hebben gemaakt van Carnaval. Ik ben samen met een paar zangers, die met een geluidsband op pad gaan als het seizoen weer start, misschien de enige.
Kunst is iets anders.
Kunst is in een museum hele kleine schilderijtjes ophangen met daarbij een enorm groot verklaringsbordje waar op staat wie het schilderijtje geschilderd heeft, en wanneer, hoe het heet.
Kunst is: de mensen laten nadenken.
Literatuur is een kunst. Muziek is een kunst. Daarin moet je heel wat uren steken voor het wat wordt. Soms verdien je er wat geld mee, soms vindt de overheid het nodig kunst te subsidiëren, als er bijvoorbeeld een gebouw opgeleukt moet worden of als een groot orkest naar Zuid-Amerika vliegt om te laten zien hoe goed we in Nederland met muziek zijn.
De waardering voor kunst loopt altijd hand in hand met de opmerking: ‘Dat kan mijn neefje van zes ook,’ en de vraag: ‘Waarom moet dit van ons belastinggeld?’
De antwoorden zijn eenvoudig: Dat neefje kan dat niet, en dat moet van ons belastinggeld omdat we anders in een leeg en kaal en vlak land wonen.
Natuurlijk is Carnaval een kunst. Ook daar moet je flink wat uren insteken voor het wat wordt, ook daar is veel geld voor nodig, ook dat legt het complete leven plat, maar aan de andere kant hoef je er helemaal niks voor te doen, is het helemaal gratis en brengt het ondanks dat alles complete provincies tot leven.
Dat is het verschil.
Kunst is het vogeltje dat geen nestkastje kan vinden, en verdwijnt. Bouw voor dat vogeltje een nestkastje.
Carnaval is de natuur zelf – dat verdwijnt niet. Dat woekert, al snoei je het helemaal kaal. Daar groeien stekels aan, daar kruipen als vanzelf wormen in de grond, geen storm blaast het weg. De zeis erdoor en volgende maand staat het onkruid weer net zo hoog te wuiven en te dansen.
Denk tijdens Carnaval aan dat kleine vogeltje dat een nestje zoekt. Bied hem een thuis.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen