Wanneer het woord Carnaval buiten de katholieke contreien in gesprekken valt is er een onderverdeling te maken tussen twee reacties:

a. voorzichtige trots
b. smalend gniffelen

Een tussenweg is ogenschijnlijk onmogelijk. Lezers die voorzichtige trots voelen kunnen hieronder bij a. verder lezen. Lezers die doorgaans lacherig gniffelen kunnen a. overslaan en bij b. de tekst oppakken.

a. Trots
Heeft te maken met het complete overweldigende geluksgevoel dat tijdens het feest zo intens en dominant is, maar tegelijk moeilijk uit te leggen.
Tip: leg nooit uit wat carnaval is, vertel alleen een goed verhaal.
Er zijn mensen die trots zijn op hun Barbieverzameling, ook zij zullen in gezelschappen daar voorzichtig over spreken.
En toch, als ze in een goed verpakt verhaal kunnen vertellen op welke manier een serie poppen van plastic en met nephaar hen zo roert dat ze tot tranen toe geraakt worden wanneer ze tijd doorbrengen met die poppen of op een marktje een nieuw exemplaar tegen het lijf lopen, dan zullen mensen die onbekend zijn met het fenomeen Barbieverzameling zeker ook geraakt worden. Niet dat zij ook direct gaan verzamelen, daadwerkelijke actie gaat meestal te ver, waardering is wel mogelijk.
De vraag is alleen hoe je een goed verhaal kunt vertellen over een verzameling Barbies.
Zoek in je persoonlijke archief een goed verhaal waarin direct duidelijk wordt wat carnaval is. Vertel dat verhaal. Niemand zal meer gniffelen.
Bijvoorbeeld het verhaal van de foto van de burgemeester. Dat is ook mijn verhaal.
(Dat persoonlijke tranentrekkende liefdevolle carnavalsverhaal kun je mij trouwens mailen. Van alle verhalen maak ik een boek. Non-fictie over fictie, het kan. Stuur op: janvanmersbergen@hotmail.com. Veel dank!)

b. Gniffelen
Om het onbekende wordt gegniffeld, zeker in Nederland. Om het onbekende dat ook nog eens een beetje gek is wordt in Nederland heel snel gegniffeld.
Verkleden… hihihi.
De hele dag drinken… hihihi.
Gekkigheid uithalen… hihihi.
Muziek die geen mainstream is… hihihi.
Volgzaam lacherig gniffelen is gemakkelijker dan je verdiepen het onderwerp.
Trotse carnavalsvierders kunnen steun hebben aan – en dat beschreef ik hierboven, dit ter info – Barbiepoppenverzamelaars. Onwetende gniffelaars kunnen iets hebben aan de Elfstedentocht. Waarom wordt er niet gegniffeld om de Elfstedentocht?
Een groep mensen die in een erbarmelijke kou tweehonderd kilometer gaat schaatsen, in een onnatuurlijke houding, op ijzers over bevroren kanalen en sloten, wedstrijd en toertocht, langs elf steden die eigenlijk bijna allemaal het formaat van dorpjes hebben, starten in het donker, bevroren baarden en wenkbrauwen, hoempapa langs de kant…
Je zou verwachten dat daar in de rest van Nederland om gegniffeld wordt, maar nee.
De Elfstedentocht vervult mensen landelijk met trots. Hoe kan dat?
Natuurlijk is het sport, en daar wordt niet zo gauw om gegniffeld. Natuurlijk is het een lokaal evenement dat op nationale tv wordt uitgezonden – dat scheelt zeker. Natuurlijk is het een geweldig sfeervol en spannend gebeuren.
Maar dat is Carnaval ook.
Carnaval is, in vergelijking: meerdaags, niet verankerd in de sporttraditie maar in religie, ook in de openlucht, gelukkig geen wedstrijd, er is wat te drinken bij, de muziek ontloopt de muziek van de schaatstocht niet veel, en meestal is het ook behoorlijk fris. Bij beide evenementen kun je door het ijs zakken. Verder is Carnaval er echt ieder jaar en moet de Elfstedentocht zich beperken tot slechts vier verschijningsdagen in de afgelopen zestig jaar. Er zijn vijftien Elfstedentochten geweest, ik kan me het gniffelen amper bedwingen.
Of maakt die schaarsheid het fenomeen juist bijzonder, zoals een complete zonsverduistering meer tot de verbeelding spreekt dan de zonsopkomst op een doordeweekse woensdagochtend?
Nee, het gaat om twee evenementen en om de reacties.
Dus gniffel je om Carnaval, stel je dan voor dat je een niet-Fries bent die hoort over de Elfstedentocht, en die smalend gaat lachen als het gesprek die richting op gaat.
Welke reactie kun je dan verachten?

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen