Toen ik de tv aanzette verschenen direct Buurman en Buurman bij een cementmolen. Drie zomers lang werkte ik met een cementmolen. Het was mijn favoriete hulpmiddel. Het was een kwestie van scheppen en tellen en er water bij mikken, de verhoudingen goed zien te krijgen tussen het zand, de cement en de kalk, en dan mengen maar en aanlengen met water. Dat ik niet hoefde te mengen scheelde enorm veel scheppen.
Mijn vader had een grote kuip waar hij cement in maakte. Daarin deed hij drie delen zand en een deel cement en soms een klein schepje kalk. Daar werd water bij gegoten. Verder was het een kwestie van omscheppen. Ik herinner me ook een betonnen plaat om beton te maken, daar gaan kiezels door, maar vooral het omscheppen van die kuip is zwaar en eindeloos. Die zomers bij de aannemer deed de cementmolen dat.
We bouwden de twee-onder-een-kapwoning van onderaf op, met binnenmuren van kalkzandsteenblokken die gelijmd konden worden, dat ging erg snel, en de buitenkant van steentjes die met specie aan elkaar geplakt werden. Op een goeie dag legden we duizend stenen. De cementmolen draaide van half acht in de ochtend tot het te warm werd in de middag en we gingen zwemmen in de put waar ik dertig jaar later een roman over schreef.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen