Vanaf een afstandje volgde ik de subsidie-perikelen in Den haag, de mooie stad waar tot voor kort nog een broodje speklap te krijgen was als je daar ging stappen op het Plein, de eeuwige jachtvelden op, in nachten die eindigden in de nachttrein waarin ik bang was in slaap te vallen en mijn stapvriend rustig lag te dutten omdat hij op zijn telefoon heel slim zijn wekker had gezet.
Veel schrijvers, kunstenaars en muzikanten zijn verbaasd toen ze hoorden dat Crossing Borderfestival op de tocht staat nu is geadviseerd de gemeentelijke subsidie in te trekken, ik deel die verbazing. Net als al die anderen besloot ik een brief te schrijven aan de wethouder cultuur van de Hofstad:

In mijn laptop heb ik een mapje dat heet ‘optredens’. In dat mapje staan, keurig gerangschikt op nummer, plaats en datum, 237 optredens die ik als schrijver vanaf mijn debuut heb mogen doen. Dat zijn optredens in het Nederlandse letterencircuit, bibliotheken, plaatselijke leesclubs, internationale festivals van Londen tot Barcelona, van Istanbul tot Buenos Aires.
Mijn tweede optreden was: ‘2 crossing border nov 2005’. Het eerste optreden was een try-out voor dat optreden op Crossing Border, in het Pleintheater in Amsterdam.
Het was vier jaar na mijn debuut. Ik durfde niet goed op te treden, in ieder geval vond ik voorlezen vreselijk. Bevriende muzikanten van twee bandjes, Lazy Sunday Dream en The Rootsclub, brachten uitkomst. Ik zou samen met hen een voorstelling kunnen maken: voorlezen met muzikale begeleiding. De muzikanten wilden meedoen, we maakten een show, maar waar konden we die show spelen?
Op Crossing Border.
In Den Haag kreeg ik de ruimte om te laten dat ook een schrijver die voorlezen vreselijk vond (dat gaat de laatste jaren beter, no worries), toch zijn werk en muziek van andere kan laten zien om zo een reeks van vele optredens in gang te zetten, want het optreden met de Rootsclub werd later herhaald, met een andere muzikant, Djurre de Haan van Awkward I, en schopte het tot Lowlands, met Tim Knol als toegevoegde waarde.
Er zijn festivals die achterover leunen, die vissen in bestaande vijvers. Crossing Border durfde het aan een onbekende schrijver, als het om optreden gaat, met acht muzikanten een kans te geven. Ze boorden een vijver aan die er nog helemaal niet was.
Dat pakte goed uit en ik ben het festival nog steeds dankbaar.
Vandaar dat ik zeer graag op het festival iets terug doe, zoals het interviewen van Tommy Wieringa en Cynan Jones, in een mooi zaaltje. Een gesprek dat niet alleen over hun schrijven ging maar over achtergronden, afkomst, de relatie tussen persoonlijke situaties en werk, en het maken, het scheppen van proza. Die twee vertelstemmen bleken vergelijkbaar en tegelijk verschillend aan de hand van de manier waarop deze schrijvers aardappels schillen en bereiden.
Voorlezen is eigenlijk gemakkelijk, zoeken naar het vormen van een vertelstem, dat zie je op vrijwel geen enkel podium. Crossing Border gaf me ook die kans, twee jaar geleden.
In het bestaan als schrijver zijn er weinig zekerheden. De zin die ik straks ga maken staat nog niet vast, al die zinnen gaan een boek vormen, en er staat niks vast. Crossing Border begrijpt dat. Ze willen geen vaststaand format dat uiteindelijk niks zegt over het maakproces, ze zoeken in al hun optredens en line-up de diepte. Met trots maak ik daar deel van uit.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen