In Limburg noemen ze het Vastelaovend, de avond voor het vasten. Ook al zijn dat drie dagen en nachten. Ook al zijn het voor sommige mensen vijf dagen en nachten. Ook al beginnen sommige mensen al op donderdag en trekken ze aswoensdag nog even door en is het bijna een volle week.
Carnaval is al erg oud en zeker nog springlevend. Zijn geboortedatum is onbekend, evenals zijn geboorteplaats. Onbekend is niet het juiste woord, eerder diffuus.
Bedenk dat de boekdrukkunst op verschillende plaatsen door verschillende mensen in verschillende tijden onafhankelijk van elkaar is uitgevonden.
In de elfde eeuw drukte Pi Chang al Chinese tekens. Dat zijn karakters. In Europa drukte Johannes Gutenberg, een Duitser met een baard, in 1439 loden letters met behulp van matrijzen, terwijl ongeveer gelijktijdig in Haarlem Laurens Janszoon Coster en in Vlaanderen Dirk Martens als eersten boeken konden drukken.
Wie heeft de boekdrukkunst uitgevonden?
Niet de vraag wie de boekdrukkunst uitgevonden heeft vind ik belangrijk, belangrijk is dat de boekdrukkunst er is.
Carnaval is er, daar gaat het om.
Enige houvast biedt misschien de oorsprong van Carnaval uit de Christelijke traditie, want het feest loopt gelijk met de moderne Christelijke kalender. Tel vanaf aswoensdag veertig dagen op de kalender en sla de zondagen over en je komt precies uit bij Paaszondag.
Als Carnaval uit die traditie stamt zal het dus wel ergens in de jaren na Christus ontstaan zijn. Ik geloof daar niet in. Ik weet zeker dat ook voor die tijd, zelfs in de oertijd, in grotten waar een flikkerend vuurtje muurschilderingen van feesten laten zien, of bij de Grieken in het oude Athene die sportten en tragedies opvoerden en de Romeinen die Bachus eerden met wijn en druiven, Carnaval al ronddoolde in de hoofden van de mensen die een verzetje nodig hadden.
Mensen hebben Carnaval nodig, ook vóór Christus.
De ene traditie vloeit samen met gebruiken uit de andere traditie, maar er is geen oermens of Griek of Romein meer om zich dit toe te eigenen, dus de Christelijke traditie loopt ermee weg. Om preciezer te zijn: de katholieke traditie, want in de protestantse polder waar ik tot mijn negentiende woonde bestond Carnaval niet, en in onze hoofdstad waar ik al dertig jaar woon en waar tot de jaren zeventig een grote glansrijke Carnavalsvereniging was zijn de katholieken door de eeuwen heen langzaam de stad uitgeduwd.
In ieder geval zetten heel veel mensen Carnaval op de kalender. Jaar na jaar. Steeds op andere dagen.
Ze zetten Carnaval op de kalender omdat andere Christelijke feesten als Kerstmis, Pasen, Pinkteren en Goede Vrijdag voorgedrukt staan in de officiële agenda’s die in de kantoorboekwinkels te krijgen zijn, en Carnaval niet.
Vreemd.
Voorgedrukt – evenals het feest dat gekoppeld is aan de komst van Sinterklaas, de sympathieke fictieve weldoener die zijn pakjesavond tot één avond beperkt ziet maar de aanloop naar die avond toe uit zag groeien tot een maatschappelijke discussie die veel groter bleek dan die ene gezellige avond. Dat krijg je ervan als flexibiliteit het af moet leggen tegen traditionele vastigheid.
Carnaval is traditioneel maar ook flexibel, veelkoppig, veelvormig en speels en vlug en ongrijpbaar als water.
Carnaval is een reeks dagen en nachten en het feest heeft de aard niet dat er over zijn rug gediscussieerd wordt want Carnaval is echt als water dat zijn weg zoekt over het vasteland, naar het laagste punt. Carnaval kruipt door alle kieren maar zal nooit voelen als lekkage.
Carnaval kruipt door de aderen van de mensen, maar niet zoals bloed in één enkele kleur. En blauw bloed bestaat in het echte leven alleen op papier, van generatie op generatie, maar tijdens Carnaval bestaat het echt, ook al heb je geen rooie cent.
Carnaval oordeelt niet. Carnaval geeft alleen de mogelijkheden. Het staat mensen vrij die mogelijkheden te benutten.
Carnaval is er, Carnaval is er weer.
Geniet ervan, net als ik.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen