Vier jaar geleden vroeg Erik van Bruggen me of ik een verhaal wilde schrijven voor het boek U2 en ik. Over de muziek van de Ierse band, maar vooral persoonlijk. Ik zei direct ja, ging aan de slag.
Erik kende ik nog uit mijn studententijd, toen hij actief was bij de ASVA, een studentenorganisatie die in de binnenstad in een keldertje vergaderde. In die kelder organiseerde ik Vrijdag de Dertiende feesten. Eenvoudig concept: iedere vrijdag de 13e was er feest. Locatie was bekend.
Al die jaren bleef Erik actief. Voor de PvdA, voor zijn bedrijf BKB. Politiek verslaafd, las ik over hem.
Ik schreef een verhaal over country en de polder waar ik vandaan kom, want eigenlijk schrijf ik nergens anders over. The Joshua Tree is de polderplaat van U2, vond ik, ook al gingen de mannen van U2 daarvoor naar Amerika.
Erik reageerde direct. Hij vond het mooi. Ontroerend.
Dat was mooi, het werd een mooie bundel.
Dat jaar speelde Bruce Springsteen in den Haag, op 14 juni. Erik vormde met Leon Verdonschot, Raymond van de Klundert en Art Rooijakkers een Springsteen-genootschap. Ze regelden een greyhoundbus die vanaf het Marnixbad in Amsterdam vertrok, al ruim voor het concert. Ik kreeg de vraag of ik ook met de bus mee wilde. Dat wilde ik wel, en als ze nog iets voor het programma nodig hadden, ook over Springsteen had ik ooit een verhaal geschreven. Graag nam ik ook wat vrienden en mijn vriendin mee, die toen zwanger was.
Dus… in de bus naar Springsteen.
De bundel over U2 verscheen na de zomer. Erik pakte groot uit. Onder het mom van 40 jaar U2 werd Paradiso afgehuurd, er kwam een uitgebreid programma met bandjes, ik kreeg de vraag of ik een deel van mijn verhaal wilde lezen.
Goed.
Ik had wel eens in Paradiso opgetreden, met de Rootsclub samen, maar niet in de grote zaal.
Maandag 26 september was de geplande datum. Dat was ruim een week voor de uitgerekende datum. Dat moest lukken, het was haar eerste kindje, en die komen meestal te laat.
Die ochtend braken haar vliezen. Ik moest Erik afbellen. Overmacht, ik was er graag bij geweest, maar…
Ik begrijp het, zei hij.
Erik is de enige in Nederland die ik ooit voor een optreden af heb moeten bellen.
Die nacht werd Teun geboren.
Zojuist hoorde ik dat Erik overleden is. Hij was ziek.
Ik wist even niet of ik een liedje van Springsteen of van U2 moet draaien. Het werd In Gods Country. Niet enkel omdat ik in dat verhaal over U2 schreef over dat nummer, maar omdat die gitaar past bij Eriks tempo en gedrevenheid, omdat die drums me nu weer lam slaan, omdat Bono zingt:

Sleep comes like a drug
In God’s country
Sad eyes, crooked crosses
In God’s country

Dag Erik.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen