Toen mijn nieuwste roman net in de winkel lag wilde ik eens echt iets ontspannends lezen, en toch ook mooi proza. Bij de kringloopwinkel waar ze tien boeken voor tien euro verkopen (ik zeg nog steeds niet welke winkel dit is) trof ik een thriller van David Baldacci: Het recht van de macht (vertaald door Martin Jansen in de Wal). Op de cover Clint Eastwood, vette letters, en de zin: ‘Een inbreker is de stille getuige van een gruwelijke moord. Vanaf dat moment is hij vogelvrij.’

Goed idee, zeker als de inbreker getuige blijkt van een seksscène tussen een vrouw en de president van de Verenigde Staten. Die scène loopt uit de hand, beveiligers schieten de vrouw dood, maar wat dan? Niemand mag weten wat de president allemaal uitspookt, maar er is een dodelijk slachtoffer. De president is niet de moordenaar, de inbreker zag het allemaal gebeuren. Spannend gegeven.

Op een gegeven moment voelt de inbreker, Luther, dat het leven van de vrouw verloren is gegaan en dat zij daar niks over te zeggen had, en daarnaast dat zij omgekomen is omdat hij toekeek, als stille getuige. Hij had in kunnen grijpen. Dat geeft hem een mooi motief om toch iets met deze misdaad te gaan doen. Het geeft tegelijk de thriller een motief om een flink verhaal op te tekenen.

Dat verhaal is, en dat weet Baldacci behoorlijk bizar. De inbreker wrijft hoofdschuddend met zijn hand over zijn nek. ‘De ongeloofwaardigheid van al deze nachtelijke gebeurtenissen begon hem te veel te worden.’ Het is wel fijn wanneer een schrijver op deze manier laat zien dat hij zijn verhaal zelf kan beoordelen, en tegelijk controle houdt over dat verhaal.

Andere details laat Baldacci slim eerst samenkomen. Inbreker Luther, die de president zag, vlucht door een maisveld. Als pagina’s verder een politieman de moord moet onderzoeken en naar het huis rijdt is er naast de weg een maisdorser bezig. Er wordt verteld dat die machine bewijsmateriaal aan het vernietigen is. De man op de dorsmachine noch de agent weten dat. De lezer weet meer dan de personages. Dat is interessant: hoe gaan de personages (betrokken stafchef van de president, politieman, een advocaat) dit oplossen of hoe gaan ze zich hieruit redden (de president, de inbreker)?

Verder veel goeie zinnen, strak verteld, zonder opgepoetste woorden o beelden, en dat leest prima. Als de politieman het slachtoffer bekijkt: ‘De dood lachte de levenden uit. Het ene moment was je beeldschoon en het volgende moment rotte je weg.’

Ook beschrijvingen die eenvoudig zijn en doeltreffend, schijnbaar overbodig: ‘Hij ging zitten op de verweerde bank naast een klein huisje van de havenmeester en keek naar de meeuwen die traag boven het onrustige water cirkelden.’ Iedere lezer ziet dit voor zich. Over gewaardeerde literaire romans wordt vaak als kwalificatie gezegd: ‘Er staat geen woord te veel in,’ of: ‘ieder woord is juist.’ Dat wordt van thrillers zelden gezegd, vaak staan thrillers vol overbodige expliciete woorden, maar Baldacci maakt een kans.

Heel soms een poëtische beschrijving, bijvoorbeeld als een van de advocaten een jeugdliefde probeert te heroveren, met een etentje. ‘Hij glimlachte naar haar en keek naar haar tanden. Die ene leuke, die een beetje scheef stond, alsof hij zijn buurman wilde omhelzen, van die tand hield hij het meest.’

En verder brengt Baldacci een verhaal met een tempo dat langzaam opgevoerd wordt, steeds een tandje erbij, zonder de karakters uit het oog te verliezen, want die krijgen allemaal aandacht en beetje bij beetje meer body, en steeds een goed motief, en het speuren naar een oplossing en afwikkeling is een feest om te lezen. Proza dat spannend is, onderhoudend, zonder gekke literaire fratsen, helder en dwingend – wat wil een lezer nog meer?

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen