David Vann was in Amsterdam. In een prettige informele setting sprak hij over schrijven. Daarna stonden we in een keuken met ieder een glas whisky en een glas water, en ging het gesprek verder.
Wat hij daarvoor al zei: Alles wat hij geleerd had over schrijven bleek niet waar te zijn, en dat bleek heel langzaam tijdens het schrijven zelf.
Hij had bijvoorbeeld gehoord dat negentig procent van het schrijven herschrijven is. Dat geldt zeker voor mijn schrijven, maar voor hem totaal niet. Zijn roman Caribou Island verscheen zoals hij de eerste versie schreef. Dat kan alleen wanneer je losjes en bijna zonder idee gaat schrijven en je laat verrassen door het schrijven zelf. Als dat verrassen een doel op zich is.
In Legende van een zelfmoord kwam die verrassing halverwege. Alles in het verhaal over de vader en de zoon die een jaar naar een eiland bij Alaska gaan stuurt aan op de zelfmoord van de vader. Echter, op dat punt in het verhaal aangekomen schiet de zoon zichzelf door zijn hoofd. Een geweldige knal, in proza. Bovendien, zo vertelde Vann net als in eerdere kranteninterviews, een bevrijding, want vanaf dat moment kon hij vrij schrijven.
Die zelfmoord van zijn vader heeft nogal wat met hem gedaan, ook als schrijver. De schaamte erover maakte dat hij als jongen vertelde dat zijn vader aan kanker was overleden, want dan hoefde hij niet te vertellen over die zelfmoord. Maar toen hij er op een gegeven toch over vertelde tijdens een auditie voor een toneelgroep op school was hij vrij, en toen hij erover ging schrijven en de rollen omdraaide nogmaals.
De verrassing was wat fictie kan doen, de kracht van fictie, wat hij verkiest boven non-fictie, want daarin is het erg moeilijk het verrassingselement op te voeren.
Vanaf dat verrassingsmoment in dat mooie boek probeert hij vanuit een enkel beeld te beginnen met een verhaal. Zoals in Goat Mountain, dat ontstond vanuit het beeld door het vizier van een geweer dat zijn vader hem liet richten op de jagers die op geiten schoten op hun grond. Hij schoot nooit, maar het had gekund. Wat als hij het als kind gedaan had?
Die mogelijkheden van fictie – het omdraaien van de rollen van vader en zoon, en de optie wel te schieten – zetten een verhaal in gang, en vervolgens beschrijft hij simpelweg de bergen, de geiten, de lucht. De elementen. Ook daarover kan hij interessant vertellen. Hoe kun je ritme en beelden laten werken, hoe kun je suggestie opvoeren, hoe kun je het hoofd van de lezer aan het associëren krijgen, iets wat nu eenmaal in het menselijk brein zit? Een vlekkentest gebruikte hij als voorbeeld. Daar ziet iedereen wat in, ieder voor zich. Hoe kun je van proza een vlekkentest maken?
Bij de whisky ging het ook nog over uitgevers, prijzen, filmrechten, het verschil tussen Amerika en Europa, en heel veel over andere schrijvers: de Nederlandse schrijvers die hij gelezen had, de Amerikaanse schrijvers die ik gelezen heb.
Goed verhaal, over een zeer beroemde en geëngageerde Amerikaanse schrijver die eisen stelt aan zijn auteursbezoeken: een suite, een eigen chauffeur, eerste klas vliegtickets en bepaalde drankjes. Andere schrijvers, waaronder een Amerikaan die nog maar één boek geschreven had, volgden hem in het opstellen van die lijstjes. De popartiesten onder de schrijvers.
David Vann vroeg zijn Franse uitgever of hij alsjeblieft naar Frankrijk mocht komen, desnoods zou hij in een tent slapen. Het verschil tussen schrijvers.
De volgende dag zou hij een aantal Nederlandse schrijvers ontmoeten. Ik kende ze allemaal. Ik zei hem dat hij ze de groeten moest doen.
Dat zou hij doen.
Ik zei erbij dat hij die ene heel uitbundig de groeten moest doen, maar die andere een beetje voorzichtig.
Waarom? vroeg David Vann.
Ook dat is het verschil tussen schrijvers.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen