Vandaag is de dag van de Dodenherdenking, morgen Bevrijdingsdag, belangrijke dagen in Nederland om stil te staan en te vieren wat we hebben. Naast deze dagen ben ik gefascineerd door 14 april, de nationale rampdag in Amerika. Die dag wordt natuurlijk niet gevierd, maar wel bezongen door onder andere Gillian Welch, in een liedje dat uit twee delen bestaat: The 14th of April.

Op 14 april zonk de Titanic, die vertrok op 10 april vanuit Engeland. Ik ben geboren op 10 april. Er is een Jan van Mersbergen die geboren is op 14 april in 1904, maar daar ben ik voor zover ik weet niet verwant mee. Wat er ook gebeurde in Amerika, op 14 april: Abraham Lincoln werd neergeschoten. Hij stierf een dag later.

Bijzonder verhaal, het gebeurde in een theater. De moordenaar was een acteur die slechts 27 was. Ik denk dat hij niet tot de club van 27 gerekend wordt – muzikanten die op hun 27e overleden zijn. In ieder geval opvallend dat hij ook die leeftijd had. De schutter heette John Wilkes Booth. Hij schoot Lincoln dood in 1865 in Washington, de eerste Amerikaanse president die vermoord werd. Informatie op internet: ‘Booth wist ondanks een gebroken been te ontkomen maar werd twaalf dagen later, na een klopjacht van de cavalerie, opgespoord in Virginia waar hij zich schuilhield in een tabaksschuur. Hij weigerde zich over te geven waarop de schuur in brand werd gestoken.’ Die brandende tabaksschuur ruik ik iedere keer als ik hierover lees.

Dit zijn allemaal zijsporen, want waar ik eigenlijk over wil vertellen is de baard van Lincoln. Vier jaar voor zijn dood schreef een meisje van 11, Grace Bedell, Lincoln een brief waarin ze hem adviseerde zijn baard te laten staan, omdat hij zo’n mager gezicht had. Hij zou beter liggen bij de vrouwen en er zouden meer mensen op hem stemmen, als hij een baard zou hebben. Hij volgde haar advies op. Hij won de verkiezingen en werd president.

Toen president Lincoln in het land een toespraak ging houden en met de trein door Westfield kwam, waar Grace woonde, stopte hij om haar te spreken. Hij ging naast haar op de rand van het perron zitten en zei tegen haar: ‘Gracie, look at my whiskers. I have been growing them for you.’ Wat zoveel betekent als: ‘Kijk, ik heb m’n bakkebaarden voor jou laten staan, want een echt volle baard had-ie toen nog niet.

Het verhaal van de moordenaar die twaalf dagen op de vlucht was en verstopt zat in de tabaksschuur is een roman. Het verhaal van het meisje dat de toekomstige president een brief schreef is ook een roman. Als ik nog een keer een idee nodig heb voor een roman, dan zal ik denken aan deze twee opties.

In Nederland kennen we een vergelijkbare moord: die op Pim Fortuyn, vlak voor de verkiezingen van 2002, op 6 mei. Bijna twintig jaar geleden alweer. In Nederland moet ook een kind ooit een brief geschreven hebben aan een toekomstige president, misschien over een baard. Onze huidige demissionaire minister-president heeft misschien nooit zo’n brief gekregen, hij heeft in ieder geval dat advies ook nooit opgevolgd.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen