Omdat de keuken bij de voetbalclub al dicht was aten we onderweg, mijn dochter wist precies waar we naartoe zouden gaan. Lang geleden hebben we een keer bij de Febo aan de Amstel gezeten, ook na het voetballen, en ze zei: Ik weet wel een goed restaurant.
We zetten de fietsen tegen de gevel en gingen naar binnen, er was verder niemand. Ik liet haar eerst bestellen. Dat wil ze nooit, dan kijkt ze mij aan, en ik zeg niks en wacht tot zij durft te bestellen. Mag ik alstublieft een friet met mayo en ketchup en een frikandel. Ik bestelde een frietje satésaus en een kroket.
We zaten op hoge krukken. Gezellig hè papa, zei ze.
Het was inderdaad gezellig. Op de fiets naar de voetbalclub toe hadden we al veel gepraat. Ergens halverwege vroeg ze me of ik de mop kende van die blinde timmerman.
Ik kende die mop niet.
Ze zei: Slaat nergens op.
Ook spraken we over het afgelopen jaar. Mijn dochter heeft een moeilijk jaar gehad, zei ze. Er is veel gebeurd. Ik heb er soms over geschreven, maar niet veel. Het is een gevoelig verhaal, met veel betrokkenen, en toen de friet op was deden we hetzelfde, met een zacht miezerregentje, op weg naar huis. Praten. Het was al na half tien.
Een moeilijk jaar.
We fietsten door het donker en mijn dochter vertelde dat ze boos was, niet omdat haar moeder ziek is maar omdat haar moeder zegt dat ze ziek is als ze iets voor haar moet doen. Dat is een groot verschil. Daar was ze boos over.
Ik weet dat ze lange tijd zorgen heeft gehad over haar moeder, er zijn veel veranderingen geweest en gesprekken en na al die maanden is er bij mijn dochter ook iets veranderd: ze durft te vragen.
Eerder die week moest zij iets hebben, een pasje. Het lag bij haar moeder, het was nergens te vinden. Er werd een beetje gezocht, haar moeder hielp een beetje mee. Mijn dochter besefte: dat pasje ga ik hier nooit vinden, en ik moet het hebben.
Ze werd boos om de chaos.
De reactie van haar moeder: Maar ik ben ziek.
Dat was het einde van dit verhaal. Slaat nergens op. Mijn dochter weet inmiddels heel goed dat ouders ondanks dat ze ook van alles aan hun hoofd hebben soms gewoon iets voor hun kinderen moeten doen en dat kinderen dat niet alleen mogen vragen, ze mogen eisen. Zorg maar dat je het kunt, dat je levert. Dat is de taak van de ouder. Zo liggen de verhoudingen en als er iets met je is waardoor leveren en zorgen moeilijk wordt dan regel je maar dat het toch gebeurt. Geen excuus.
Kinderen hoeven daar eigenlijk niet over na te denken, mijn dochter moest dat helaas wel een tijdje, en nu is ze zo ver dat ze vraagt, dat ze boos wordt, dat ze kiest voor zichzelf.
Het was weer een lange fietstocht. Toen we bij de poort achter het huis waren moest mijn dochter huilen. We zetten de fietsen binnen. Ik vroeg haar wat er was. Er was heel veel, dat wist ik wel, maar ze moest het zelf zeggen.
Zonder het verhaal helemaal opnieuw te vertellen zei ze: Ik ben daar gewoon boos over.
Dat is goed, mijn meisje.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen