Mijn dochter vroeg me laatst hoe het was in de jaren tachtig. Ik zei direct: ‘Verschrikkelijk.’

Ze luistert soms naar muziek uit die tijd. Ze kijkt alle afleveringen van Friends, en ook al was dat tien jaar later, de acteurs van die serie waren twintigers in de jaren tachtig, dus eigenlijk spelen ze hun twintigerstijd na in de jaren negentig. Ze weet niet dat Friends één keer per week op tv kwam. Let op: één keer per week! Er waren geen mobiele telefoons, weet mijn dochter. Er was geen internet. Ze vindt dat vreemd genoeg heel spannend, waarschijnlijk omdat het rustig is, vergeleken met nu.

‘Het was echt verschrikkelijk,’ zei ik. ‘Ten eerste was er helemaal niks te doen. Niks. Wilde je als kind tv kijken en het was donderdag dan moest je wachten tot woensdagmiddag. Tussendoor was er niks op tv. Als je opgebeld werd dan kon dat alleen naar een vaste lijn, en dan nam je vader of moeder op, die jou dan riepen, en dus precies wisten wie er belde. Als je naar de kroeg wilde, in de buurt waar ik opgroeide, dan was het een uur fietsen naar een leuke kroeg en een uur terug, vaak ook al op een dag waarop in dat uur naar school had gefietst, en ook weer een uur terug. Geld verdienen ging in guldens, en dat ging heel langzaam. Je verdiende zes gulden per ochtend de kranten rondbrengen en als afwasser verdiende ik later vijf gulden per uur. Dat is zo’n twee euro. Je kon helemaal nergens naartoe. Utrecht met de trein was al een uur. Een festival was onbereikbaar, want het was zeker drie uur met de trein en terug kwam je nooit, dus ging je maar niet. Er waren wel auto’s en het is een wonder dat we al die ritjes in de weekenden overleefd hebben, want iedereen die in een auto zat was bezopen en alle tegenliggers waren ook bezopen en de bomen in de berm waren ook niet te vertrouwen. Op school hadden ze geen kantine, geen broodjes, geen snacks, helemaal niks. je moest een broodtrommel meenemen, anders kwam je om van de honger. Alleen was er een automaat met chips die over de datum waren en ze schonken vieze koffie. Je moest alles zelf doen. Splinters uit je vingers halen, banden plakken, je kamer inrichten, sparen voor een cd-speler, op de fiets naar het voetbalveld. Het was vooral wachten, in de jaren tachtig. Niet tot er iets gebeurde, maar het was wachten tot de jaren negentig aangebroken waren en ik naar Amsterdam kon, waar trams en metro’s reden en waar wel kroegen waren die op zondag open waren, en waar je van alles kon leren en op straat een fiets kon kopen als die van jou gejat was, en waar eigenlijk net iets te veel gebeurde, maar dat hoef jij niet allemaal te weten.’

Ze geloofde me niet. Dat begreep ik wel. Het aantal indrukken voor de jeugd van nu is wat groter. Internet, telefoon, laptop, school, stad, verkeer, sporten, alles is veel heftiger dan in mijn tijd; meer, groter, sneller, dus dat ze op haar gemak Friends gaat kijken waar heel soms gezoend wordt, wat ze ontzettend spannend vindt, aan haar gegil op te maken, is logisch.

Ik luisterde in de jaren tachtig naar de muziek van toen, en dan bedoel ik Echo and the Bunnymen, en aanverwanten, maar ook luisterde ik naar nog oudere muziek, uit de tijd van toen mijn ouders jong waren, maar dan wel de muziek waar zij nooit naar geluisterd hadden. In de jaren tachtig moest ik de sixties die mijn ouders gemist hadden ontdekken.

‘In de jaren tachtig was het spannendste wat je kon gaan doen: vissen,’ ging ik verder. ‘Dat gaf een kick, niet normaal. Buiten zitten, biertjes in het leefnet, een beetje aas aan de haak, en doen alsof je aan het vissen was, en heel soms een boertje dat langskwam en vroeg of ze al bijten. En dan verzon je iets. Flauwekul. Je moest wel flauwekul verzinnen, want om je heen was niks dat vertier bood. Dus ik verzon een verhaal, en vertelde dat boertje dat verhaal. Over broekpaling of de waterbus die straks langs zou komen, lijn 128. Meestal geloofde hij het gewoon. Er was zo weinig te doen dat fantastische verhalen heel gewoon waren. Dan knikte hij, en liep door. Zo ben ik begonnen met fictie. Omdat er verder niks was.’

‘Goed zo papa,’ zei mijn dochter. Want ze weet dat ik nog steeds flauwekul verzin. Ze zocht weer een aflevering van Friends op. The one waarin papa weer een kletsverhaal vertelt.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen