Er zijn weinig klusjes waar ik voor wegloop. De vuilnis naar de container, het oud papier naar de schuur, de tafel dekken, de plee schoonmaken. Er komt van alles langs en als er iets getild of gerepareerd moet worden neem ik dat graag op me, maar er is één klusje dat jaarlijks terugkeert en waarbij mijn reactie is: op de bank gaan zitten en niet bewegen: de kerstboom optuigen.
Ik help wel mee met de spullen van zolder halen. Het zijn een aantal bakken en dozen, en het mag niet vallen. Maar verder…
Er is iets aan de kleurtjes, de lichtjes en de glitters van de slingers en de ballen dat ik niet begrijp. Het materiaal begrijp ik niet. De duisternis en de felle lichtjes. Als iemand zegt: ‘Pak even die kaarsjes daar,’ dan zie ik niks dan dozen en plastic ballen met kleur en glans, maar geen kaarsen. Ik heb een blindheid voor het tafereel, voor de boom waar alles in moet, voor het papier dat om de voet gewikkeld wordt. Alleen het verlengsnoer en de draden van de lampjes zijn te bevatten.
Dus afgelopen vrijdagavond zat ik op de bank met een kopje thee en keek ik naar het Journaal, nadat ik de kerstradiozender had afgezet. Die muziek bezorgt me werkelijk hoofdpijn. Dat komt door de belletjes en jingles die alles maar dan ook werkelijk alles in de liedjes op moeten vullen. Het dreunt en jengelt.
De thee smaakte wel, de chocolade die van Sinterklaas over was ook. De boom zag er prima uit. Alles stond. Mijn dochter had verder in de kamer een lamp versierd en slingers opgehangen en er stond een glazen bak met ballen en lichtjes erin. Het is decoratie. Daar heb ik doorgaans al amper oog voor, in deze decembermaand is het er opeens en past het in ons huis, maar mijn rol in het geheel is beschamend minimaal.
Ik zei: ‘Mooi.’

Wat ook deze maand speelt en wat nog wel even doorloopt: de NRC Lezersprijs. Stemmen kan nog tot en met 17 december. Doen!

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen