Na de dag van regen kort na de kerst, echt de hele dag regen, bleef er water op het terras staan, precies waar de tuinstoelen staan. Daar kan ik slecht tegen. Dus die ochtend in de vakantie trok ik mijn jongste zoontje, de enige van de kinderen die al wakker was, zijn jas, schoenen, muts en sjaal aan, en zocht ik zelf een warme maar soepele jas, en gingen we dat repareren.

Het mooiste van dat soort klusjes is het kijken. Waar ligt het water, wat kun je eraan doen? Nu is de bodem compleet ingeklonken en laat het moeilijk water door. Een terras met stenen die strak tegen elkaar liggen laat ook niet veel water door. Eén stuk was wat lager. Dat tekende ik af met een schroevendraaier. Krasjes op de stenen, de enige manier om dat te blijven zien, als je ermee aan de gang gaat.

Mijn zoontje vond het interessant. Waarom? vroeg hij steeds. Waarom liggen die stenen lager? Waarom teken je dat? Waarom loopt het water niet door de stenen? Waarom…

Ik vertelde hem wel kort het daarom, maar was al bezig met het uitsteken van de eerste stenen. Die schroevendraaier was handig, want met een spa kom je nooit tussen de stenen. Eerst de steen die het meest vrij ligt, niet compleet ingesloten, bij een randje grond. Die wrik je opzij. Grond – eigenlijk was het vooral modder – is flexibel.

Ik haalde een stukje stenen uit het terras. Mijn zoontje zat op een kruk. Hij speelde met de rubberen hamer. Ook al zo’n interessant ding. Een hamer die stenen niet kapot maakt.

Moet die er ook nog uit? vroeg hij, en hij wees naar de steen waar een stoelpoot op stond. Hij schoof de stoel opzij. De lieverd is behulpzaam. Die hoeft er niet uit, zei ik.

Zand had ik niet, maar in de tuin was wel wat grond vermengd met zand te vinden, en twee schepjes met de spa leken me genoeg. Gladstrijken. Die stenen weer terug plaatsen is het moeilijkst, want om een of andere duistere reden nemen stenen die je weer terug wilt leggen meer plaats in. Het past zelden.

Dat komt natuurlijk doordat je ze niet zo strak tegen elkaar krijgt als dat ze eerst lagen. Bij een flinke rij van een stuk of acht stenen had ik op het laatst zeker een centimeter te kort. Wat meer ruimte tussen de stenen is ook niet gek, dan kan het water beter weg.

Met een gewone metalen hamer sloeg ik een randje van de laatste drie betonstenen, dat ging soepel. Die stenen lijken erg hard, maar verbrokkelen na een paar tikjes. Het beeldhouwen van een klinker. Ik legde alles dicht, veegde nog wat grondzand over het opgehoogde stukje terras en ging binnen mijn handen opwarmen. Om een of andere reden trek ik nooit handschoenen aan bij dit soort klusjes. Mijn zoontje kroop ook weer bij de kachel.

De kou die stenen opgezogen hebben uit de koude aarde, en die doorgegeven werd aan mijn handen was tintelend en echt een ijzig soort kou, maar ergens ook heerlijk. Het is de temperatuur van de grond waar we op wonen, van water dat niet weg kon, van deze wintermaanden.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen