In 2005 kwamen zeven jonge schrijvers in een bibliotheek bij elkaar om op de foto te gaan. De zeven waren destijds genomineerd voor de allereerste Dif Literatuurprijs, later omgedoopt tot BNG Literatuurprijs. Het maken van de foto duurde eindeloos. Ik kwam de foto laatst tegen, ik had hem opgeslagen in een mapje in mijn computer. Op de foto allemaal bekenden, met jonge koppies, maar van één van de schrijvers herinnerde ik me zelfs de naam niet meer.

Die bibliotheek was volgens mij in Den Haag. Een grote hoge ruimte met enorme houten kasten, en relatief weinig boeken. De fotograaf had niet alleen heel veel spullen bij zich, en de hele dag de tijd. Hij had, met vooruitziende blik, bedacht dat we op minstens anderhalve meter afstand van elkaar verdeeld in de ruimte moesten gaan staan en zitten. Iedereen nam een ontspannen houding aan en een serieuze blik die past bij jong schrijftalent.

Op de foto, van boven naar beneden: Ton Rozeman, Esther Gerritsen, Anja Sicking, Mark Boog, Peter Terrin, en ik, plus helemaal vooraan, zeer prominent, een vrouw die als enige echt scherp op de foto staat, de enige die haar schrijfhanden niet weg probeert te moffelen, het grootste talent om wie eigenlijk alles draait, de meest vastberaden blik, de stoerste jas (niet te zien op de foto), het meest nonchalante kapsel. Ze won de prijs niet (die ging naar Esther), maar tot de prijsuitreiking gold deze schrijfster vooraan als net even iets meer veelbelovend dan de anderen. Ik was erg onder de indruk van haar laatste boek, net als de recensenten. Ik herinner me dat de fotograaf in de bieb als eerste tegen haar zei: ‘Ga jij maar vooraan zitten,’ en dat de anderen daar zo’n beetje omheen geposeerd werden. Het is Josien Laurier.

We zijn inmiddels zestien jaar verder. Allemaal bijna vijftig, of over de vijftig. Peter heeft dit voorjaar zijn negende roman afgeleverd, Anja schreef een paar mooie boeken, Mark won grote poëzieprijzen, Ton publiceerde een flinke hoeveelheid verhalen, en Esther schreef een heleboel sterke romans, het boekenweekgeschenk, werd veelvuldig genomineerd voor grotere prijzen en timmert inmiddels aan de weg in filmland. Iedereen doet op zijn of haar manier mee in Boekenland, maar van Josien kan ik na 2005 geen boek maar vinden, zelfs geen artikel. Wat is er gebeurd met het schrijven van Josien Laurier?

Het is altijd interessant om te zien wat er van literaire voorspellingen terecht komt, na lange tijd. De schrijvers die de afgelopen jaren op deze manier als jong en veelbelovend bestempeld zijn kunnen van deze foto leren dat de meesten hun weg wel zullen vinden, maar dat er eentje af zal haken. Wie zal dat worden?

Ik vroeg me af of Josien misschien alleen bij de Difprijs genoemd was, bij toeval. Dat idee had ik destijds helemaal niet, maar ook dat beeld kan vervagen. Het antwoord vond ik in Magazijn, in die periode een jaarboek waarin de meest veelbelovende schrijvers met een verhaal of voorpublicatie bij elkaar werden gebracht. In de editie van 2006 werden Mark, Esther, Anja, en ik allemaal weer opgenomen, met daarnaast Abdelkader Benali, Stefan Brijs, Sanneke van Hassel en Tommy Wieringa, die toen ook nog geen veertig was. Ook in deze bundel: Josien Laurier.

Geen toeval dus. Josien werd ruim vijftien jaar terug regelmatig opgepikt als getalenteerde jonge schrijver. Daarvoor ook al. Ik kwam een vergelijkbaar groepsportret van Paul Huf tegen uit 1995 waar ze op staat, met Arnon Grünberg, Hermine Landvreugd en Ronald Giphart als piepjonge schrijvers. Josien was toen ergens in de twintig. In feite is ze dus lang veelbelovend geweest, en daarna verscheen er niks meer van haar.

Even bekruipt me de angst dat ze overleden is. Daarnaar zoeken is naar, en ik kan het niet achterhalen. Ik vind een bedrijfsadres met een telefoonnummer, maar wie gaat er nog een nummer bellen om te zien of degene die je belt nog leeft? Misschien weet iemand die dit leest meer, alle informatie is welkom. In ieder geval vind ik Josien Laurier nog steeds de meest interessante schrijver van onze generatie.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen