Op een flink aantal fronten kwam afgelopen week in het nieuws dat kinderen en jongeren te weinig lezen en dat ze het niet leuk vinden.
Het is nu Kinderboekenweek, gesponsord door McDonalds. Goed moment om de jeugd aan het lezen te krijgen. Arjen Lubach liet op tv zien dat onze jeugd geen leesplezier heeft, door het begrijpend lezen. Dat is natuurlijk een vreselijk vak, het heeft niets met lezen te maken. Of een stuk tekst een conclusie is of een samenvatting, het maakt niet veel uit. Het is een analyse van tekstjes. Topografie heeft niets met aardrijkskunde te maken. Maar toch: leer gewoon die dingen en doe er later je voordeel mee.
Waar het bij lezen om gaat: fictie lezen.
Fictie lezen op scholen is een verplichting. Natuurlijk, een boek lezen is sowieso niet leuk, was ooit het idee, maar als het niet moet doet echt niemand onder de 18 het, dus maak je het verplicht. Dan heb je wel iemand voor de klas nodig die uit kan leggen wat het belang is van een fictief verhaal in een roman, over personages uit een andere tijd.
Dat kunnen er maar weinig.
Jongeren enthousiast maken, kan ook. Influencers worden ingezet, dezelfde influencer die een week eerder nog meldde niet met de coronamaatregelen mee te willen doen, Famke Louise: ‘En waarom ik meedoe aan deze weddenschap is omdat ik eigenlijk helemaal niet van lezen hou. Maar lezen schijnt dus heel leuk te zijn.’
Het begint bij ‘leuk.’ Het moet beginnen bij ‘leuk.’ Daar gaat het ook mis.
Als iets waardevols afhankelijk moet zijn van ‘leuk’ dan kun je evengoed met het complete onderwijs stoppen. Ga dan maar thuis leuke dingen doen.
‘Nou, ik vind het gewoon heel interessant, want ik hou gewoon van realistische boeken,’ zei Famke Louise.
Nu is de realiteit van veel influencers een totaal andere wereld dan de mijne en de wereld van de meeste mensen, een boek kan ze dus wellicht weer op de grond zetten.
De andere wereld die zij zoeken is onze realiteit.
Özcan Akyol zei op tv, aan tafel met Adriaan van Dis, dat de magie van een boek uitgelegd moet worden. Helemaal mee eens. Hij komt veel op scholen en vraagt aan de leerlingen wat dit is, en hij laat een boek zien. Nu weten ze wel wat een boek is, maar de wonderlijke transformerende magie achter dat boek gaat totaal langs ze heen, en dat mechanisme ontloopt de huidige moderne media en socials niet veel: je kunt in je hoofd naar een andere wereld, en dat is precies wat je hoofd nodig heeft. Een verhaal dat speelt in Japan, dan reis je in je hoofd naar Japan.
Je hoofd heeft geen boek nodig, je hoofd moet wel getraind worden in het bezoeken van andere werelden via taal.
Ik sta ook wel eens voor zo’n groep jongeren. Ze hangen in de schoolbanken. Zelfs als ze een roman van me hebben moeten lezen, of in ieder geval het begin, durven ze amper iets te zeggen. Deels uit beleefdheid, deels uit onwetendheid. De meesten hebben geen idee wat een verhaal met ze kan doen.
Soms vraagt er eentje: Hoe lang heeft u aan dat boek gewerkt?
Dan zeg ik: Twee jaar.
En dan hebben ze er nog veel minder zin in om verder te lezen.
Het maken van een roman is het vormen van een eigen wereld. Ik zeg niet: een andere wereld. Het is mijn wereld. Dat is persoonlijk en universeel tegelijk, hopelijk. Het is mijn verhaal, het kan evengoed iemand anders zijn verhaal zijn. Het kan een ieders verhaal worden.
Het wordt gelezen. Mensen herkennen delen van het verhaal, lezers komen in mijn wereld, alleen dan kan het waarde krijgen. Dus lezers zijn nodig om het laatste beetje magie aan een boek toe te voegen, maar moeten kinderen en jongeren dat doen? Verplicht?
Moet een roman zich lenen voor de ontwikkeling van jongeren? Ik denk dat ze dat allemaal voor zichzelf moeten weten.
In iedere klas die ik voor me heb gehad zitten een of twee leerlingen die in een andere wereld zijn geweest en die tijdens het lezen gevoeld hebben dat ze gegroeid zijn door even in die wereld te komen. Op die leerlingen richt ik me.
De andere leerlingen moeten zelf maar uitmaken wat ze doen, ik ga niet op zoek naar een stok om ze mijn wereld in slaan. Als ze onderling gaan praten zeg ik daar niks van, ik vind het alleen jammer dat die twee werkelijk geïnteresseerden me niet meer zo goed kunnen horen.
Beleid maken in algemene zin haalt niets uit, onderscheid maken wel. Een klas van dertig leerlingen allemaal half een boek laten lezen zonder dat een van hen er iets aan heeft is waanzin. Het is reizen zonder ergens aan te komen. Een verplicht tripje. Even een uurtje geen wiskunde. Meer niet.
De jongeren die lezen moeten beschermd en beloond worden.
Ze voelen zich al vreselijk opgelaten dat ze de enigen zijn in de klas, zeker als er een schrijver komt en ze angstig vragen stellen, omdat ze weten dat ze na dat lesuur uitgelachen worden.
Beschermen en belonen is simpel. Als een leerling uit zichzelf bij een docent komt en alleen maar vraagt naar een tip om te lezen, ‘weet u misschien nog een interessant boek over…’ dan krijgt die leerling voor al zijn cijfers een halve punt erbij – standaard.
Hetzelfde principe geldt voor een klein gesprekje tussen die leerling en iemand van de school, al is het de conciërge. ‘Wat ik nou toch heb gelezen, een boek over een woongroep waarin de nacht een stuk vertelt en dan weer een pen en dan weer een stuk brood, het ging over een rare woongroep met vier mensen die…’
Direct deze dappere leesleerling voor al zijn cijfers een punt erbij geven.
De betrokkene van de school kan heus wel aan het verhaal en de gelaatsuitdrukking aflezen wat hier gebeurd is en op welke manier het boek gelezen is. Het enige wat moet gebeuren: even melden bij de administratie.
Leerlingen die dit een heel jaar lang niet doen: een punt eraf, voor alle vakken.
De jongeren zijn zelf aan zet, en toch is dit iets anders dan verplicht stellen, een leeslijst, lezen in groepen, praten over een boek tijdens een mondeling, een influencer in een filmpje op Insta, of het bezoek van een schrijver aan school om lezen te stimuleren.
Het is het werkelijk toekennen van waarde aan lezen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen