In 1995 kwam er een film van Martin Šulík uit, een Slowaakse regisseur: The Garden. De Slowaakse titel is Zahrada. Lange tijd was het mijn favoriete film. Het ging over een man die bonje heeft met zijn vader en diens vervallen tuin ergens in Slowakije overneemt. In de tuin verschijnen allerlei mysterieuze bezoekers: een meisje, voorbijgangers, buren, een kat. Een langzaam en wonderlijk verhaal over contact tussen mens en natuur, en zijdelings over filosofie.
Toen ik De woorden de nacht las, van de Italiaan Francesco Biamonti, moest ik vrijwel iedere pagina aan die film denken. Het was alsof deze schrijver elementen uit het verhaal van Šulík naar de Noord-Italiaanse kuststreek Ligurië verplaatst had.
Een man (Leonardo) keert daar terug in een uitgedroogde olijfboomgaard, daar ontmoet hij allerlei mensen, de omgeving is veranderd. De roman is van 1998, maar kan evengoed nu spelen, want dat veranderende decor is de belangrijkste onderliggende laag in deze mooie roman. Op weg naar Frankrijk dolen ontelbaar veel vluchtelingen uit Afrika of Koerdistan door de streek, door de tuinen van de mensen.
Afgelopen week schreef ik al over de kringeltjes die Biamonti in zijn verhaal plaatst. Die tekentjes maken hem direct een slimme schrijver. Hij brengt verschil aan tussen zijn vertellers.
Hij vertelt zelf in de derde persoon, met dialogen die van Hemingway lijken te komen en McCarthy-achtige beschrijvingen van de lucht, de rotsen, de zee, van het licht en het donker, en vooral van bomen en alles wat groeit en vecht in de dorre koude grond. Tussen kringeltjes (~) plaatst hij de gedachten van Leonardo. Slim: die korte zinnetjes den denkt Leonardo, dat vertelt Leonardo.
Biamonti wil geen alwetende verteller zijn die de gedachten van zijn personage kan lezen. Hij zet die gedachten apart en wel op zo’n manier dat iedere lezer direct begrijpt dat ze ver van de schrijver af staan. Scheiding dus tussen schrijver en personage, zonder de kracht van proza tekort te doen, want strenge derde persoons-vertellers kunnen heel mooi en beschrijvend zijn, soms wil de leer ook weten wat er in zo’n personage om gaat.
Het wonderlijke aan de roman is dat bijna alle Italiaanse literatuur die ik lees oud is, en hoewel dit boek ook alweer twintig jaar oud is voelt het fonkelnieuw. Altijd speelt zo’n Italiaanse roman honderd jaar terug, altijd op het platteland, in armoede, allerlei vooroorlogse toestanden. Het proza dat in Italië speelt en nu verschijnt is imponerend spierballenproza uit Genua of het zijn de doorsnee verhalen over maffia en corruptie.
Deze roman speelt nu en is het tegenovergestelde. Het proza is onveranderd mooi als de oude Italiaanse literatuur, het decor alleen dreigender geworden. Niet het decor van voor of kort na de Tweede Wereldoorlog, dat Italië kennen we nu wel. Dit is het Italië waar nu half Afrika doorheen trekt op weg naar het noorden, en dat maakt het verhaal actueel.
De streek Ligurië, de olijfbomen, de mensen, het tijdsbeeld met de dreiging dat compleet Afrika door de achtertuinen schuifelt – Biamonti laat alleen de voetstappen horen – samen met geslaagde en gelaagde zinnen, maken De woorden de nacht tot een geweldige roman.
‘Leonardo naar de huizen die net waren gebouwd en dacht aan de mensen die de stenige velden hadden gebouwd en nu weg waren. Hij zag ze weer voor zich, de kierende hooischuren, de stallen. ~ Wat wil je, ze zijn weg, ~ dacht hij. De zee was nu vrij. De ene na de andere bergkam rees eruit op; ze losten langzaam op in de verte, in de richting van de mistige Cima Marta, waar de hemel zich niet wist te ontdoen van het goud dat erop was neergedaald.’
Ongelofelijk ritme, mooie poëzie, harde beschrijvingen en tegelijk een eenvoudig ingekleurd beeld van een strook land aan zee waar een eenzame man zijn leven rustig probeert te leiden. Over een land dat onmiskenbaar in verval is, maar dat toch nog steeds in boeken bestaat als je het proza maar concentreert op de lokale mensen, op hun levens, de samenhang tussen land en mensen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen