Een van de meest prangende en moeilijke kwesties van schrijven die ik keer op keer tegenkom als ik manuscripten redigeer is het weergeven van een dialoog door een ik-verteller. Of deze verteller de verleden tijd of de tegenwoordige tijd gebruikt maakt niet zo veel uit, als hij of zij een dialoog in zijn verhaal wil stoppen zijn er altijd verschuivende verhoudingen die te maken hebben met de zichtbaarheid van de verteller en het filmische van het gesprek.

Een verteller die echt sterk aan het woord is, die de lezers toespreek en het verhaal van begin tot eind vertelt, en die in iedere zin als verteller aanwezig is kan moeilijk een dialoog weergeven zoals die werkelijk plaatsgevonden heeft, dus: de uitgesproken zinnen onder elkaar zetten. Dat krijg je een reeks van korte alinea’s zonder dat erbij staat wie wat zei.

Dus geen: ‘En toen zei mijn vader dat hij die ochtend nog een stukje was gaan fietsen, en ik vond het daar veel te koud voor en reageerde dus wat verbaasd…’ Dat is het verhaal van een ik-verteller.

In de derde persoon staat er:

‘Ik ging vanochtend nog even fietsen.’

‘Hoezo? Het was toch veel te koud.’

Die twee uitgesproken zinnetjes zijn heel gangbaar in proza, maar probeer ze eens hardop aan iemand te vertellen, precies zoals ze er staan. Ze zijn wel zo uitgesproken door de vader en de ik-verteller, ooit, maar ze vormen op deze manier niet een verhaal.

Toch willen ik-vertellers wel dialogen vertellen. Daar zijn natuurlijk geen vuistregels voor, maar wel is het zaak j bewust te zijn van het effect van de vertelling. Als de ik woord houd moet hij of zij zich beperken tot de kern van het gesprek. Wordt er een letterlijke weergave getoond, dan is dat prima te volgen voor de lezer, maar is de ik-verteller wel een tijdje onzichtbaar. Dan is het vreemd als hij opeens weer opduikt en bijvoorbeeld gaat duiden of expliciet zaken uit gaat leggen, verbanden zoekt, conclusies trekt. waarom op het ene moment erg dominant een verhaal uiteen zetten, maar in een dialoog de touwtjes uit handen geven?

Een slimme en soepele oplossing is: aankondigen. Momenteel lees ik een Japanse roman van Soseki Natsume van ruim honderd jaar terug: Kokoro: de wegen van het hart. Over die roman later vast meer, het gaat me om de ik-verteller die een man (Sensei) leert kennen en in het begin van de roman sake drinkt met die man en diens vrouw.

De ik-verteller zegt: ‘Tussen haar en Sensei ontspon zich het volgende gesprek.’ En daarna volgen de zinnetjes die de man en de vrouw tegen elkaar zeiden, zonder dat er bij staat wie wat zei. De ik-verteller weet dat hij het woord voor even aan die twee geeft, om het aan het einde van het hoofdstukje weer terug te nemen. De lezer kan op deze manier de filmische weergave van het gesprek tot zich nemen, met het vertrouwen dat de verteller straks wel weer terugkomt.

Dat geeft rust, want niets is erger dan je een verhaal laten vertellen door een verteller die weggaat en nooit meer terugkomt.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen