Mijn meest donkere avond van de laatste tien jaar was in Drenthe. Het was geen donkere avond in de zin van een donker gevoel, of iets slechts. Daar moet je tegenwoordig mee oppassen, zeker als je ‘Drenthe’ boven het stukje zet. Binnen de kortste keren word je beschuldigd van Drenthe bashen. Ik heb het letterlijk over donker. Over de nacht.

Het was tijdens een weekend in de provincie, en et gevoel was bijzonder goed . Het was alleen erg donker. Dwingeloo, daar was het. Een weekendje wat fietsen door het bos, rondkijken, een beetje wandelen, je kent het wel. En naar de sterrenwacht. Die bleek open te zijn, maar het was bewolkt dus de sterren konden we niet zien. De man die de rondleiding gaf maakte er nog wel iets leuks van, de fietstocht van de sterrenwacht terug naar het hotel was indrukwekkender, juist omdat het werkelijk aardedonker was.

We moesten over een onverharde weg, door een bos. Er was hei, zag ik later op de kaart, want die avond was werkelijk niks te zien. Nergens een straatlantaarn, zelfs niet op de kruispunten. Geen boerderijen of woningen hier, geen boswachtershuisje. Alleen een donker pad dat ergens uit moest komen.

De fietsen waren uitgerust met verlichting, maar het vreemde was dat de koplamp juist de wereld klein maakte; die bescheen alleen die ene meter voor het voorwiel. Alles buiten die kegel van licht was nóg donkerder. Toch had je dat licht nodig, om de kuilen in het pad te kunnen ontwijken.

Het beste kon je gaan lopen. Dan deed het fietslicht het niet, dan zoemde de dynamo niet, dan konden je ogen heel langzaam wennen aan de duisternis, en je oren aan de stilte, waarna je toch wel wat onderscheid kon maken in tinten zwart en geluiden heel zacht en ver weg. Paaltjes met prikkeldraad kon je onderscheiden. Een grote koe die opeens ergens stond. Na een tijdje liepen we heel rustig door de nacht. De inktzwarte duisternis had gewonnen, en vanaf dat moment was het prima.

Het had wel wat. Het donker maakte ons duidelijk dat het de volgende dag gelukkig weer licht zou zijn. Daar keek ik op dat paadje echt naar uit. Ik keek ook erg uit naar het hotel, naar bed, naar een bedlampje. Dat kwam snel, want het was niet ver. Het donker verdween weer, en op dat moment leek alles juist extra helder.

In de Randstad is alles continu verlicht, dat is het verschil. Straten, gebouwen, parken zelfs. In Drenthe merkte ik hoe bizar het is om alles de hele tijd maar te kunnen zien. je ogen worden er moe van. Het verschil tussen licht en duisternis is echt wat waard, want als alles continu verlicht is, is in feite alles doorlopend vaag.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen