In de omgang met mijn kinderen probeer ik bovenal duidelijk te zijn. Mijn jongste zoon van drie heeft, en dat zie ik aan hem, behoefte aan duidelijkheid. Ik heb op mijn beurt behoefte aan rust en zekerheid, en dan bedoel ik: als we iets gaan doen dan gaan we dat doen, maar wel op mijn voorwaarden.
Met twee tieners in huis die amper meer te sturen zijn praat het een beetje lastig, want ze luisteren op een speciale indirecte manier. Ze willen zich afzetten, maar ook profiteren van wat ik lever. Dat begrijpen ze inmiddels. Dus een beetje verzet, maar wel meedoen. Verder maak ik dezelfde stomme grapjes waar ze zich voor schamen als altijd. Dat is mijn verzet.
Mijn zoon gaat later naar bed dan ik, eet op zijn kamer het ene pak koeken na het andere, gezien de overvolle prullenbak vol koekverpakkingen die daar ergens in een hoek staat, hij luistert niet als ik zeg dat hij misschien beter kan gaan leren. Nu is hij over drie maanden zeventien, ik weet nog ongeveer hoe ik was op die leeftijd. Ongeveer, want je leven op die leeftijd is erg vaag. Toch is duidelijkheid een meerwaarde. Zo laat gaan we eten, hij is er.
Mijn dochter vroeg zojuist of ze koek mocht eten. Net terug uit school, halverwege de middag, en ze wil koek.
Ik zeg nee. Pak maar een appel.
Ze zegt: Ik heb al een banaan op.
Dan eet je brood, met kaas.
Heb ik ook al op.
Je krijgt niks, anders krijg je vanavond niks.
Ze is toch nog wel gevoelig voor dit soort argumenten. Ik hoop dat ze dit niet leest.
Mijn jongste zoon wil graag weten waar hij aan toe is. Zit hij in bad, dan komt hij daar moeilijk uit want dan is het koud en afdrogen is niet lekker. Dus ik zei tegen hem: Tien minuten. Dat doet hij tegenwoordig: als er iets moet gaan gebeuren dan zegt hij: Over vier minuten.
Hij kan nog niet goed inschatten wat een minuut is, of vier, of tien, maar als ik hem de klok laat zien gaat alles soepel. Nu had ik een timer op mijn telefoon lopen. Hij kent alle cijfers van een tot tien, en natuurlijk ook elf, en dus liet ik hem de timer zien en zei: Als hij op tien staat haal ik je eruit en dan wil ik geen gepiep.
Hij knikte. Ik gaf hem af en toe een update: vier minuten, zeven minuten. Hij speelde met zijn bootje. Toen stond de klok op tien. Ik liet hem de timer zien. Ik haalde hem uit bad. Hij riep niks, hij huilde niet.
Dat gebeurt ook als we ergens naartoe gaan. Dan moet er brood mee, water, een luier, doekjes. Al die spullen in een tas. Ik zeg tegen hem: Kom jas aan doen, schoenen, muts op. Vanzelfsprekend wil hij dat soms niet. Dan speelt hij met iets, of kijkt hij een filmpje. Als hetgeen we gaan doen niet zo interessant is of erg bekend dat wil hij liever nog rekken. Heb ik geen zin in.
Dan zeg ik: Nu komen, tv uit of straks verder spelen. Anders ga ik alleen.
Hij komt altijd. Hij weet dat ik alleen naar de winkel ga, ook al kan dat helemaal niet want dan moet ik hem alleen thuis laten. Maar hij gelooft mijn verhaal.
Als zijn nagels geknipt moeten worden kruipt hij weg. Vindt hij nu eenmaal niet leuk. Ik wil wel graag de nagelknipper pakken en zijn nagels knippen. Dus ik vertel wat ik ga doen, zeg erbij dat ik hem één keer ga opzoeken en oppakken, en dan moet hij toch echt even stilzitten en worden die nagels geknipt. Hij duwt zijn handjes onder zijn bovenbenen, dat is zijn laatste verzet, maar dan worden zijn nagels geknipt. Hij weet wat ik ga doen, hoe lang het duurt, en het belangrijkste: hij weet dat hij geen kans heeft eronderuit te komen.
Nu kan ik in gesprekken thuis, ook met de kinderen, totaal niet helder zijn, als het om dit soort situaties gaat probeer ik dat vanaf de dag van de geboorte vol te houden. Alles verloopt gemakkelijker.
Ik zie bij heel veel ouders dat de kinderen bepalen wat er gebeurt. Dat moeten die ouders zelf weten, maar ik zie ook vaak hoezeer ze hier zelf mee worstelen en dat ze zich storen aan hun eigen kinderen, omdat die de ruimte innemen de hen gegeven wordt. Kinderen kunnen er niks aan doen. Als ze iets niet willen en het hoeft niet, dan proberen ze eronderuit te komen en als dat lukt dan proberen ze het de volgende keer weer.
Daar ga je.
Ik weet dat als mijn zoontje over een tijdje op de middelbare school zit hij net zo stuurloos zal zijn als die oudste twee, maar hij moet eerst nog naar de basisschool en daar wil ik hem op een rustige manier heen kunnen brengen. Ook dat is een opgave.
Soms wil hij niet naar de opvang, dan doet hij moeilijk of stribbelt tegen, dan moet ik praten, duidelijk zijn, actie ondernemen, handelen. Bepalen wat er gebeurt, eigenlijk. Kinderen vinden dat fijn. Ze vinden het ook fijn als ze zelf kunnen bepalen wat er gebeurt, het zijn geen schapen, maar uiteindelijk bepaal ik. Kan ik iedere ouder aanraden.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen