Vanaf het dek zagen we de donkere wolken boven de brug, de torens en de elektriciteitsmasten. Het is de bebouwing die hier de contouren bepaalt, het water onder ons is weids en vlak. De brug ging heel vaak open. Voor ieder bootje met een mast werd de drukke weg geblokkeerd, geopend, steeds ontstond er een file. De eerste bui kwam over zetten toen ik net op de boot zat, de tweede toen de barbecue al een paar rondes dienst had gedaan. In de schemering vulden een zwerm spreeuwen de lucht. Ze kakten drie keer raak: op een shirt, op een mouw, op mijn korte broek. De volgende ochtend, toen ik weer thuis was, vond mijn zoontje die vogels het indrukwekkendst. Ik vertelde dat honderden vogels insecten gingen vangen boven het water en dat ze dus over de boot vlogen en dat het kak regende. Ik liet hem de plek zien op mijn broek die ik zo goed en zo kwaad als dat kon met een servetje had uitgeveegd. Het werd donker, het werd fris, we zochten de stad op de twee bruggen over in een lange tocht naar een café dat nog open was ondanks dat de stoelen al op het biljart stonden.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen