Het woordje dat politici het meest gebruiken: ‘echt’.
Let er maar eens op.
‘We gaan nu echt werk maken van…’
Of: ‘Gezien de omstandigheden is het nu echt tijd…’
Of: ‘De komende periode zullen we echt…’
Signaleer het woord in interviews van politici. Het valt om de zin. Een kort hoofdknikje erbij.
Ik ben geen schrijver die duiding geeft aan opmerkingen in gesprekken of het gebruik van woordjes in zinnen, van clichés of stopwoordjes, er zijn schrijvers die daar erg goed in zijn en van hun taalhobby hun werk gemaakt hebben. Het gaat mij om dit ene woordje. Het tegenovergestelde van verzonnen. Van fictie. Van mijn vak.
De kracht van taal schuilt niet in het benadrukken van de werkelijkheid – van het echt – maar in aanvullende fictie. En daar is politiek niet zo goed in. Daar kunnen ze niks mee. Overdrijving, humor, een zijspoor. Daar kunnen ze echt niks mee. Dan gaan de mensen denken dat ze in een comedyshow zitten.
Hoe vermoeiend moet het zijn om een mening te moeten verkondigen en door het gebruik van dergelijke stopwoordjes te benadrukken: dit is de waarheid, nu komt er actie? Het vertrouwen dat een politicus wil uitstralen moet onderbouwd worden met stellige opmerkingen, aangevuld met duiding die vertelt: deze uitspraak doet ertoe, hij gaat nu voor de burgers aan de slag, handen uit de mouwen, werkelijk.
Hoe hol het ook klinkt, in Den Haag is ‘echt’ een woord zonder echo. Het leegste woord.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen