Auckland is een grote stad, omdat de mensen ver uit elkaar wonen. Iedereen heeft, zeker in de buitenwijken, een eigen vrijstaande bungalow met een oprit, een carport, een tuin, vaak een zwembad. Auckland is een kleine stad als het gaat om sfeer, cultuur, uitgaansleven. Een erg kleine en bekrompen stad.

Ik was twee keer in Nieuw Zeeland, de laatste keer alweer bijna vijftien jaar geleden, en die paar keer dat ik naar het centrum van Auckland ging was de rit door de uitgestrekte buitenwijken en over de enorme brug imponerend, maar als je dan daar uitstapte en er alleen een bioscoop was, een paar winkels en een Ierse pub, dan had je geen moment het idee in een wereldstad rond te lopen, eerder in het Enschede van de jaren zeventig. In dat centrum van Auckland is net zo weinig te doen als in de buitenwijken, en niemand lijkt erom te malen.

Veel mensen denken bij Nieuw Zeeland aan de natuur: zwavelbronnen, gletsjers, het strand van de film The Piano, wat bossen en de decors van The Lord of the Rings. Dat laatste is het grootste culturele product van het land. Ik heb helemaal niks met die boeken en die films, maar dat kon je daar beter voor je houden. Ze hebben toerisme gebracht. Beter gezegd: deze boeken en films hebben de toeristen richting gegeven.

Het land is niet veranderd, wel de plaatsen waar je naar een gletsjer of een zwavelbron kunt gaan staan kijken. Vaak is dat achter een hekje, bij waarschuwingsborden, een plek die over een goed onderhouden pad te bereiken is, waar een parkeerplaats is, alle looprichtingen duidelijk aangegeven, met prullenbakken die regelmatig geleegd worden.

Natuurlijk ziet het er allemaal geweldig uit, de natuur is indrukwekkend, maar als ik op zo’n plek sta voelt het toch alsof ik in de dierentuin van Emmen sta. Zoals je merkt, dat komt vaak terug; mijn associatie van Nieuw Zeeland met ingeslapen plaatsjes in het oosten van Nederland. Zo voelt voor mij Nieuw Zeeland. Een suf en aangeharkt land.

Dat heeft te maken met mijn beroep, en de fout die ik destijds in Nieuw Zeeland maakte door de vraag wat ik doe voor mijn beroep te beantwoorden met een opgewekt: Ik schrijf romans.

Het korte antwoord was: We don’t need that.

Sta je dan. Van Alex Boogers hoorde ik later dat je in landen ver weg, aan de andere kant van de evenaar of in Azië, maak niet uit waar, alles buiten Europa, altijd moet zeggen dat je journalist bent. Dat begrijpen ze.

Maar dat is nou precies wat ik niet wil zijn.

Het mooiste deel vond ik overigens The Bay of Islands, een soort kalm paradijs, met strandjes, mosselbanken, verse snapper die ik uit de zee kon hengelen, heel goed weer, en een klein beetje cultuur, want er was een museum, een bibliotheek en de oudste kerk van het land staat daar in een heel klein dorpje dat Russell heet en dat korte tijd de hoofdstad van het land was.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen