Net buiten het dorpje was een viaduct met enorme stenen bogen. Het was in de Ardennen. Het dorpje lag aan een riviertje, het laatste punt in de omgeving, en het water stroomde snel naar een nog lager punt. Ik wandelde een beetje rond. Fietsen is niet te doen in de Ardennen, te steil als het omhoog moet en te gevaarlijk als het naar beneden moet. Alleen in het dorpje waren de straten vlak. Met de kinderwagen liep ik het dorp uit, om een grote rots heen, en toen zagen we het viaduct. Ik weet niet wat er boven op lag, een spoorlijn of een weg die van de ene heuvel naar de andere ging. De kortste weg. Recht door de lucht. Er droop water van de pijlers. Alles was vochtig hier. Het leek een grot, maar dan met een weg eronderdoor. Mijn oudste zoon was toen ongeveer zo oud als mijn jongste zoon nu. Hij keek omhoog. Hij vond het net zo indrukwekkend als ik. We konden nog een heel stuk verder wandelen, maar ik wist dat we zoiets als dit viaduct niet meer zouden gaan zien, dus bleven we even kijken tot hij alles gezien had. Boven ons was geen verkeer, en ook geen trein. Dat hele bouwwerk leek nutteloos, en juist dat maakte het zo mooi.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen