Mijn jongste zoon heeft de mimiek en timing van een acteur. Daar moet ik eigenlijk niks over zeggen, maar het valt me altijd al op dat hij zonder te overdrijven over kan brengen wat hij te vertellen heeft, met een paar woorden en vooral met gebaren en met zijn ogen.
Hij kan vertellen dat een koe die zijn kop heel ver draait en aan haar achterbenen krabt of likt ‘om een hoekje kijkt’, en als aanvulling bij die goed gevonden woorden gaat hij naast een kastje staan en wacht hij eventjes, zet zijn handen tegen het kastje en kijkt om de hoek. Alleen even kijken, verder doet hij bijna niks. Geen geluid erbij, alleen een blik, met zijn ogen. Dat is het.
Het uitbeelden van een fictief verhaal, op een manier waardoor niet alleen het verhaal werkelijkheid wordt, maar ook het vertellen van het verhaal. Het is alsof deze jongen die verschillende lagen al door heeft.
Als hij een vuilnisauto bij de container ziet staan en de arm van de wagen de container pakt en optilt en leegschudt boven de bak, dan vertelt hij later dat de vuilnismannen geweest zijn, met hun vuilnisauto, en dan wordt zijn eigen arm die van de vuilniswagen en zijn hand de grijper en dan zegt hij: ‘Ik gooi alles in de bak.’
Dat is vrij normaal voor een kind van drie, het vereenzelvigen van kind met dieren, voertuigen, huizen. Deze jongen heeft de rust en bedachtzaamheid om dit te mengen met een verhaal, voor toehoorders.
Als hij gevallen is, overdag, en hem ’s avonds tijdens het eten aan tafel gevraagd wordt wat er die dag gebeurd is in de speeltuin of in de dierentuin of bij het kinderdagverblijf, dan zegt hij niet: ‘Ik ben gevallen.’ Hij vertelt waar hij was en wat er om hem heen gebeurde, en wat er vervolgens met hem gebeurde, met gebaren erbij en vooral een blik in zijn ogen en een uitdrukking met zijn mond en de rest van zijn gezicht die weliswaar iets overdreven is maar wel bijdraagt aan het verhaal. Je weet niet alleen dat hij gevallen is en of het pijn deed, je krijgt een compleet beeld van waar het was, van wat de andere mensen deden, van hoe lang het allemaal duurde, van welk drinken hij kreeg. De helft is verzonnen, maar dat doet er niet toe. Dat onderscheid moet de luisteraar maar maken.
Het verhaal is echt, en hij kan dat bijzonder goed overbrengen.

Een ander verhaal dat het bijzonder goed doet inmiddels: mijn roman in de race voor de NRC Lezersprijs. Stemmen kan nog! Thanks!

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen