Voor het eerst zag ik muis bij onze woning, niet in huis maar net buiten in de tuin, onder de picknicktafel. Het was een klein muisje, en meestal is dat geen goed teken, want jonge muisjes betekent dat er volwassen muizen zijn die jongen krijgen – vermeerdering dus. Het was eenmalig, denk ik, want we zagen de muis daarna niet meer terug.

‘Het tafelkleed maar niet meer net om de hoek van de buitendeur uitkloppen,’ klonk het in de woonkamer. Muizen moeten eten, zoeken eten, als je zelf strooit dan lok je ze. Als je minder strooit dan de buren dan is de kans groter dat ze daar naartoe gaan.

Nu heb ik een voederplankje voor de vogels aan de pergola getimmerd, een paar stukjes hout met een opstaande rand, inmiddels verweerd door regen en kou, maar wel nog steeds in gebruik. Daar gaan de broodkorstjes op die onze zoon niet op wil eten. Vogels knoeien. Vooral duiven zijn onhandig. Als een duif aan het stoeien is met een stuk brood is de kans groot dat de helft weggeslingerd wordt, de tuin in, waar dat muisje liep. Dus de vogels krijgen ook even geen brood meer.

Sommige vogels, vooral merels en eksters, hebben vaste patronen en plekken waar ze eten kunnen vinden, en bij die soorten is ons voederplankje erg populair. Nu zitten ze soms uren voor niks te wachten op de schutting of op de druivenplant. Inmiddels zijn de druiven rood en bijna rijp, en die mogen ze allemaal opeten, want er is net te weinig zon in ons land om deze druiven zoet te maken, kwamen we achter.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen