Ik ging een huis bezichtigen, en toen ik het huis nog niet eens gezien had, behalve op de foto’s op funda, wist ik al dat we het gingen kopen. Dat kwam door het paadje dat naar het huis leidde. Het liep langs een sloot, het was onverhard. Er stonden lantaarnpalen langs, ver uit elkaar. Het paadje leek niet helemaal recht, dat kwam doordat de bermen aan beide kanten soms overwoekerd waren en soms uitgesleten. Het was een smal pad dat, en dat kon ik destijds in december al zien, gauw drassig zou worden. Het paadje deed me denken aan een pad in mijn Brabantse dorpje, langs rivier de Alm, waar het dorp naar vernoemd is.

Net zo’n paadje: iets breder misschien, maar alleen verhard met grint, dezelfde oever links naar het water en rechts huizen en tuinen. Ook ruim onder NAP. Ik fietste graag over dat paadje. Het ging het hele dorp door, van de kerk helemaal tot aan de dijk, en als je geluk had en je niemand tegenkwam dan kon je er hard fietsen en net doen of je aan veldrijden deed of over kasseien, in ieder geval knarste het grint en schoten soms stenen weg, soms helemaal tot in het water, en als het zo achter je knarste en plonsde dan zette ik nog even aan en reed in een halve minuut of zo naar de dijk, om daar bij de wiel even uit te rusten. Je kwam langs de tennisbaan, er was een bruggetje, allemaal zaken die we in onze buurt in Amsterdam niet hebben, maar wel een slootje en een paadje.

Voor de goede orde ging ik wel even binnen kijken. Mooi huis, ruim en voldoende kamers als we boven een wandje zouden plaatsen, en een werkplek, en aan een rustige straat, geen verkeer. Als ik zit te schrijven kijk ik vaak naar het paadje en naar het slootje. De slootkanten worden soms gemaaid, de sloot soms schoongemaakt.

Jan van Mersbergen