Het was een pand met een indrukwekkende geven, aan de Stadhouderskade, echt midden in de stad. Een rode trapgeven, hoge ramen, maar als je de voordeur opendeed dan voelde je al dat de deur klemde, dat de dorpel niet recht lag, dat de ramen los zaten, dat alles gaar was. De tegelvloer bestond uit kleine tegeltjes, in rood en wit, in een heel mooi motief, aan de randen schuin en met een hoge plint, maar iets verderop in de gang lagen de tegels los omdat door lekkage het zand was weggesleten door water en het cement broos was. Je wist precies waar je moest lopen, en zette je toch een stap verkeerd dan moest je tegels die schuin kwamen te liggen en omhoog staken recht leggen. De trap hing half aan de muur en steunde op geen elke manier meer op de kolom in het midden. Aan de zijkant was hij al los, er was een balk onder de onderste trede geschoven, dat ving het meeste deinen op. Op de eerste verdieping was een plank uit de vloer, in de gehele lengte van de gang. Er was ooit een leiding blootgelegd en die plank was nooit terug gekomen. Wijdbeens kon de jongen die op eenhoog woonde, een duiker en onderwaterlasser, zijn woning bereiken. Op twee hoog begon de schimmel al, langs de muren van het trappenhuis. Groen en grijs langs de muren die ooit geel waren. Helemaal boven hing een binnengoot van vuilniszakken onder de planken waarmee het plafond afgetimmerd was. Als het een uurtje of wat regende dan lekte het zo hard dat het water via de vuilniszakken die in een V-vorm aan het plafond hingen, en een draadje naar de vloer waar een emmer stond van twaalf liter. Die zat soms twee keer per dag vol. Je kon de emmer legen in de wc, direct daarnaast. Het was een gedeelde wc met de buurvrouw die aan de voorkant woonde. Zij was advocaat. Er was een wc borstel, maar de buurvrouw had de gewoonte om remsporen af te dekken met velletjes wc-papier, met het idee dat de sporen opgenomen zouden worden door het papier, iets wat soms werkte, maar geen lekkere aanblik gaf. Het raampje van de wc was net zo oud en gammel als het huis, het kon niet helemaal dicht en in de winter was het erg koud op de gang. Tussen de twee woningen op de derde was een badkamer, gedeeld met alle bewoners, ook die van tweehoog en de duiker. Er stond een bad los op de houten vloer en er hing een vergeelde wasbak aan de muur. Op zolder was in het midden een berging en er was een raam van een dakkapel naar de dakgoot, die dus erg lekte. De pannen op het dak verschoven, als het hard waaide. Het huis was zeker al honderdtwintig jaar oud en er was nooit iets aan gedaan. Op een gegeven moment kwam er een man aan de deur die zei dat hij de nieuwe eigenaar was. Hij zou alles terugbrengen in de oorspronkelijke staat, als de huidige bewoners op zouden rotten. Doelwit van de overname was het schoolgebouw achter het oude gare pand, dat ook gaar was maar wel erg groot. daar wilden de vastgoedmannen woningen in maken. De vergunning die daarvoor nodig is kregen ze niet. We kregen een nieuwe woning aangeboden, dat wel. Al moest je scherp zijn en verhuisvergoeding claimen en eindeloos achter dat afgesproken geld aan zitten. Dat lukte, na veel gedoe. Toen iedereen weg was zag ik een vrachtwagen voor de deur staan. Er werden gipsplaten naar binnen gedragen. De woningen werden kantoren. Het dak is nooit vernieuwd, de goot wel. Momenteel staan alle verdiepingen te huur.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen