Ik zag mijn rugzak op de bagageband liggen. Hij ging na de balie rechtsaf en verdween helemaal aan het einde van de hal door een luik met flappen ervoor. Het vliegtuig stond een heel eind verderop en de hele tijd vroeg ik me af hoe de rugzak in het vliegtuig zou komen. Er zaten riemen met gespen aan de rugzak. Zo’n riem kon gemakkelijk ergens achter blijven haken. Een van de medewerkers kon de rugzak op de verkeerde band gooien. De computer kon een fout maken. de labels konden verkeerd gelezen worden. Het was een kwelling.
Van mijn eerste vliegreis weet ik dus vrijwel niks meer, wel zie ik de rugzak nog precies voor me.
Toen ik ergens bij de gate aan het wachten was en het vliegtuig daar al klaar stond, een groot vliegtuig met een klavertje drie erop, zag ik op een gegeven moment een karretje aan komen rijden met een stuk of vijf bagagekarren erachter. Die bagage werd door een grote man op een lopende band gelegd die het vliegtuig in ging.
Ik bekeek alle koffers en tassen die de man op de band legde. Een stevige witte koffer, een paarse rugzak, een rolkoffer met print, weer een rugzak maar nu een zwarte, en helemaal bij het laatste karretje pakte hij mijn rugzak op en legde die op de band en ik volgde hem helemaal tot hij in het vliegtuig was waar ik een halfuur later in zou stappen, op weg naar Ierland.
De rugzak had het gehaald, ik haalde het ook. De verdere reis was heel relaxed.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen