Met de bundel Handleiding voor poetsvrouwen van Lucia Berlin als laatste boek van het jaar in mijn handen en na het eerste verhaal al de zekerheid dat dit boek bij de beste boeken van 2018 zal komen te staan, toch een lijstje van het beste van dit leesjaar.
Elf boeken halen mijn lijstje. Drie boeken springen eruit, waaronder – en dat wilde ik graag – één Nederlandse roman:
Beppe Fenoglio – Doem
Gabriel Tallent – Mijn allerliefste schat
Peter Zanthing – Na Mattias

Fenoglio is wat betreft stijl, soberheid en zeggingskracht het beste boek. De verwronmgen personages van Tallent verrasten me door de hardheid en tevens tederheid die hun bizarre verhouding kenmerkt, een uitwerking van deze gevoelslagen kom je zelden tegen. Zantingh schreef met Na Mattias een klein rouwboek dat op alle fronten geslaagd is: goed geschreven, doeltreffend, veelzijdig.
Dit jaar las ik behoorlijk wat thrillers. De beste thriller is eigenlijk een roman, want De vrouw in het raam van AJ Finn heeft een mysterie en een plot, vooral is het de vertelling door de vrijwel altijd dronken vrouwelijke hoofdpersoon die het boek draagt.

Net niet bij de beste drie, waaronder ook één Nederlands boek:
Willy Vlautin – Laat me niet vallen
David Garnett – Vrouw of Vos
Owen Donker – Dryocopus

Heel mooi, en dit jaar gelezen maar al veel eerder verschenen:
Stephen King – Over leven en schrijven
Annie Proulx – Brokeback Mountain en andere verhalen
Cynan Jones – De lange droogte
Denis Lehane – Gone baby gone

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen