Het geeft geen zin om te klagen dat het feest niet door gaat. Iedereen vindt dit jammer, iedereen gaat deze loze Carnavalsdag missen. Maar Carnaval en Vastelaovend betekenen: verbeelding.

Als ik mijn ogen dicht doe weet ik precies waar ik sta op de Markt, voor onze vaste kroeg, in andere tijden een Italiaans restaurant waar ze de spaghetti door een grote kaas halen.

Ik weet precies wie er bij me zijn, mijn meisje, mijn zoontje, en mijn vrienden die alles van me weten en dus tegen wie ik niet mijn eigen verhaal hoef te vertellen – dat weten ze al. Ik kan de hele dag alleen maar flauwekul vertellen, en ze zullen het nog begrijpen ook.

Als we daar zo staan, nu met mijn ogen dicht, weet ik precies wie er langs gaan komen, wie ons een biertje zal geven en wie we een biertje terug zullen geven.

Ik weet precies hoe de liedjes klinken, net iets te hard zodat ik met mijn stem uit zal moeten kijken, want een paar uur over die muziek heen schreeuwen en ik ben dagen hees.

Ik weet wie er ook een onderwaterpolocap op heeft. Ik weet wie een kous om zijn linkeronderbeen heeft – groenlinks. Ik weet wie zijn handschoenvingertjes in het bier steekt en toch neem ik zijn biertje aan. Ik weet wie ik zal omarmen en met wie ik zal proosten, van de burgemeester tot de slager, van de ouwe kroegeigenaresse tot de oma van de oud-Prins.

Mijn zoontje in zijn tijgerpak, dat inmiddels waarschijnlijk te klein is. Hij kent mijn blauwe fanfarejasje, hij kent mijn medailles, mijn pruikje, de liedjes. Hij zag vragen waar de raaf blijft, mochten ze er nog niet zijn.

Ik ken van alle andere verenigingen de vlaggen en de mutsen en de mensen die ik moet kennen en die zijn vandaag allemaal bij me, ook al zit ik thuis, is mijn zoontje gewoon naar school en doen we alsof we werken.

Ik weet wie er mensen verloren hebben vanwege de ziekte die ons nu allemaal onze ogen doet sluiten, ook op deze dag, en ook zij zullen niet alleen zijn; Carnaval zal wel duizend jaar bestaan en zet niemand alleen want we denken samen aan de mensen die er niet meer zijn – een kernwaarde.

Ik weet dat we straks nog even naar de andere kroeg gaan, waar vast wel weer nieuws personeel zal zijn want inmiddels zijn wij de enige vaste factor daar, en al zo oud als het meubilair, en de ouders van de meeste bezoekers daar. Ons barretje staat al klaar.

Als ik straks ga koken mis ik niet de tomatensoep uit blik – topsoepie hoor – want dat is het enig wat ik eet tijdens zo’n Carnavalsdag. Ik mis ook niet het bier en de jäger, dat kan ik thuis ook allemaal uit de voorraadkast halen, ik hoef alles alleen maar uit de voorraadkast te halen, en die zit gelukkig altijd in mijn hoofd.

Ik zal aan het einde van deze dag niet mokkend het nieuws met de coronacijfers kijken in de hoop dat er weer wat versoepeld kan gaan worden, de enige versoepeling die ik nodig had was in mijn hoofd, en mijn hoofd zal deze hele dag soepel zijn, omdat ik met mijn ogen dicht een nieuwe Elluf van Elluf beleef en dezelfde lach en dezelfde traan er zullen zijn als altijd op dit soort dagen.

Vastelaovend saame, en geniet!

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen