‘Ik ben in schok. Niemand had verwacht dat dit op de Nederlandse voetbalvelden zou gebeuren.’
Een profvoetballer (in dit geval Wijnaldum) gaf dit als reactie op racistische uitingen van de tribune afgelopen weekend bij FC Den Bosch waar vanaf de tribune Sinterklaasliedjes gezongen werden als er een donkere speler aan de bal was.
Maar verder is het ‘een maatschappelijk probleem en moet er keihard tegen opgetreden worden. Het is ook aan de politiek.’
Ik vind het mooi dat een profvoetballer die uitkomt voor Oranje denkt dat racisme eigenlijk niet meer voorkomt op de Nederlandse velden. Voor mijn gevoel is dit de standaard. Dit komt overal op de voetbalvelden voor, zeker op tribunes bij profclubs.

Ik weet ook niet goed wat de maatschappij of de politiek hieraan moet doen. Als er een spelletje gespeeld wordt en daar komen mensen samen en er worden dit soort dingen gezongen of geroepen, bijgestaan door de Hitlergroet en allerlei andere symboliek, dan moet de gastheer zich afvragen wat er in zijn huis gebeurt.
Dat gebeurde in eerste instantie niet. De wedstrijd werd tien minuten stilgelegd. De klachten werden aan de kant geschoven, het waren andere geluiden, iets met kraaien, en de trainer vond de speler van Excelsior, die terecht helemaal emotioneel van de kaart was, een zielig mannetje.
Er werd opgetreden, maar die wedstrijd had nooit verder gespeeld mogen worden. Dezelfde spelers die dezelfde toeschouwers gaan vermaken, want dat zijn de verhoudingen. Voetballers zorgen voor een leuk middagje voetbal, daar mogen mensen naar kijken, maar als het zo moet dan liever in een leeg stadion, of helemaal niet.
Kun je je voorstellen dat bij een theatervoorstelling iets geroepen wordt dat ook maar lijkt op racisme? En dat de rest van het publiek gewoon blijft zitten tussen de mensen die roepen en dat de voorstelling verder gaat. Dat de acteurs die uitgescholden werden hun kunstje toch weer opvoeren? En dat de directie van het theater zegt: ‘Een misverstand.’ En dat er de volgende avond weer gewoon gespeeld wordt, voor hetzelfde publiek.
Onmogelijk. Acteurs lopen weg, de zaal gaat dicht. Op die plek geen theater meer.
Dat is precies waarom er niks gezegd wordt, omdat de mensen in de zaal en de acteurs dit nog een tijdje willen volhouden met elkaar.

Ik was supporter van FC Den Bosch, in hun gloriejaren, toen ik een jaar of zestien was. Ik ga al jaren niet meer met plezier naar voetbalwedstrijden van profclubs. Voetbal kijken is heel leuk, maar op een tribune staan tussen mensen die zich zo uiten en tussen mensen die gedogen dat mensen zich zo uiten, is vreselijk.
Kortgezegd: ik ga er niet tussen staan.
Mensen die iedere week op een tribune staan zeggen: ‘Ja, de rotte appels. Die verzieken het voor de rest.’ Maar het zijn de zogenaamd glimmende zoete appeltjes die ongemerkt negentig minuten tegen de rotte appels aanliggen en helemaal niet door hebben dat ze zelf ook al aangetast zijn. Dat ze van de buitenkant nog wel glimmen maar van binnen al rotten.
Wie gaat hier nog tussen staan?

Er ligt nog een sjaaltje van FC Den Bosch in de kast, dacht ik toen ik maandag door de stad fietste. Ik dacht aan thuis, aan de kast, aan dat sjaaltje.
Ik dacht: ik gooi dat ding weg.
Het duurde nog een hele tijd voor ik weer thuis was, maar toen ik thuis kwam wist ik precies wat ik als eerste ging doen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen