Meestal kijk ik bij het oppakken van een roman eerst naar de bladspiegel en de hoofdstukindeling, al is het omslagbeeld natuurlijk de eerste indruk. Bij de roman Orkaanseizoen (vertaald door Bart Peperkamp), die ik doorkreeg van mijn betrouwbare tipgever, is het omslag vlekkerig geel met donkergroen, daar valt al amper iets in te herkennen, dus dan maar het proza, en direct zie ik dat het boek slechts acht hoofdstukken kent die zeer in lengte verschillen, van twee tot honderd bladzijden, en nog opvallender: geen enkele alinea, inspring of witregel. Dan weet je bij voorbaat dat het lastig is ergens op zo’n volle bladzijde te stoppen met lezen en op een ander moment verder te gaan, en ook las ik al ergens dat Melchor lange, erg lange zinnen schrijft, dus dat maakt het lezen nog moeilijker. De voorspelling was dus: lezen met obstakels.

En daar kwam nog bij, ik was een beetje moe die week, die avonden, ik was aan het klussen in huis en mijn hoofd stond meer naar een voetbalwedstrijd op tv, eigenlijk nog meer naar het wereldkampioenschap snooker, dat inmiddels de halve finales had bereikt. Toch begon ik te lezen in Orkaanseizoen. Ik begreep er helemaal niks van, die eerste pagina’s. Ik las over een heks met een dochter, over aardverschuivingen die er ooit waren geweest, over kruiden, over een angstige dorpsbevolking die vooral bang zijn voor die heks en haar dochter, over de duivel, over bouwland en melkvee, over hoeren langs de snelweg en onbetrouwbare mannen, over de dochter die de zaken voor de heks regelt, want de mensen hebben toch haar krachten nodig, zelfs carnaval komt in dat begin al voor, maar het waren eigenlijk maar een stuk of vier zinnen en ik had geen idee waar het over ging en vooral niet waar het naartoe ging – dat laatste is soms bij proza veel belangrijker.

En toch… ik kreeg wel al die beelden opgediend in zeer smakelijk proza, eindeloos lange zinnen, gescheiden door komma’s, vraagtekens met een komma erachter, dubbele punten, en ik wilde het boek al een paar keer wegleggen om naar de groene biljartlaken op de BBC te kijken, maar ik las toch weer een stukje, en nog een deel van een zin, en toen ik door had dat ik zelf degene was die bij ieder kort stukje een voorstelling moest maken van wat Melchor me met haar onophoudelijk schokkende camera voorschotelde, toen begon het proza op een bijzondere manier te leven. Ik volgde de beelden. Ik zag opeens een dorp, een heuvel die er niet meer was, weggeschoven. Ik zag huisjes en velden, ik zag het dichtgemetselde huis van de heks, haar dochter onder de tafel, de wantrouwige vrouwen en de overspelige mannen die de heks opzoeken, allemaal met hun eigen motieven, en ik voelde vooral een uithoek van Mexico op papier tot leven komen, Mexico, een land waar ik net zo weinig van begrijp als van deze roman, maar dat wel tot leven kan komen, sterker nog: dat zelf leeft.

Op die manier lees ik Orkaanseizoen, een bijzonder boek door vertelstem, opzet, bladspiegel en toon, en vooral door de moeilijkheid, die naar mate het proza vordert wat beter te behappen wordt, maar probeer daar eerst maar eens te komen. De hindernisbaan die deze roman voor de lezer is zal velen doen afhaken, precies die hindernisbaan is wat zo’n plaatsje in Mexico voor mij is, een lezer aan de andere kant van de oceaan, in een totaal andere wereld, die eigenlijk alleen maar even veilig om zich heen wil kijken, daar.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen