Vorige week haalde ik een aantal voorbeelden aan van vormelijk, ouderwets of ambtelijk taalgebruik in romans, waaronder Alles is verlicht van Jonathan Safran Foer. Mijn idee is dat wanneer in buitenlandse romans zulke taal gebruikt wordt lezers en recensenten dit geweldig vinden, maar als een jonge Nederlandse vrouw van Turkse komaf dezelfde taal gebruikt, dan wordt er opeens getwijfeld aan de literaire kwaliteit.

Over die kwestie ga ik niks meer zeggen, wel over een interessante vertaalkwestie die hiermee te maken heeft – en waar ik al heel vaak iets over geschreven heb. De uitgever van Foer in Nederland reageerde namelijk met de opmerking dat ze destijds vaak de reactie kregen dat de roman van Foer slecht vertaald zou zijn.

Dat vind ik typerend voor de houding van Nederlandse lezers die een bepaald vooringenomen idee van literatuur hebben, en dat idee sluit aan bij de beoordeling van Nederlandse literatuur, zoals het debuut van Lale Gül. Het kostte de uitgever veel moeite lezers uit te leggen dat de roman van Foer in gebrekkig Engels verteld wordt. Het gebrekkige Engels is vertaald (door Peter Abelsen) naar gebrekkig Nederlands – natuurlijk, want vertalers doen altijd recht aan het origineel. Mijn vervolgvraag: Zou het bij de Nederlandse lezers die Foer in het Engels lezen opkomen dat die taal gebrekkig is?

Interessant. Ik ken veel lezers die graag het origineel te lezen omdat het boek dat tot ze komt in de vorm waarin het geschreven is. Dat is een mooi idee, ik kan het als lezer echter vrijwel nooit aan dan een boek werkelijk goed te lezen. Zoals ik al vaak heb gezegd: mijn Engels is niet goed genoeg, het leestempo gaat omlaag, ik mis woordjes, ik mis zegswijzen. Vandaar dat ik liever in vertaling lees. In het origineel van Foer zou ik het gebrekkige waarschijnlijk niet herkennen, want ik het toch al moeite met het Engels. Dus mis ik op twee vlakken het boek: ik mis de taal, en de gebrekkige taal.

Ook kwam ik op de roman De ondergrondse spoorweg, van Colson Whitehead. Een boek dat veel lof oogstte, maar dat ik erg ouderwets en vormelijk geschreven vindt – en dat ligt niet aan de vertaling. Zo schrijft de beste man. Het is geen gebrekkig Engels, eerder ambtelijk jargon. Ik ken de reden niet waarom hij zo schrijft. Misschien sluit Whiteheads taal op dezelfde manier aan bij zijn achtergrond en bij zijn onderwerp (zwart Amerika, slavernij) als dat de vormelijke en ambtelijke taal van Gül aansluit bij haar achtergrond (Nederlands-Turks).

In een interview vertelde Gül dat ze brieven van de belastingdienst moest ‘vertalen’ voor haar ouders – die konden het namelijk niet lezen. Als ik nu haar roman lees voel ik dat de taal van die overheidsbrieven, dat jargon, op een grappige manier verbonden wordt met haar leefsituatie, haar familie, haar buurt, haar geloofsachtergrond. Opeens klopt het allemaal.

Kunnen Nederlandse lezers die Engelse of Amerikaanse romans lezen deze details van taalgebruik en toon uit de originele uitgave van een roman halen? En waarom stoot die ambtelijke taal me bij een vertaling van Whitehead af en vind ik het bij Gül heel goed passen? Op die eerste vragen weten alleen deze lezers het antwoord. Ik vermoed dat ze zullen zegen: Natuurlijk. De tweede vraag is lastiger. Bij Whitehead voel ik niet alle achtergronden, en dus dat taalgebruik niet. Ook niet in vertaling. Ik voel wel de oceaan die tussen hem en mij ligt, letterlijk, maar ook de afstand tussen de tijd in zijn boek en mijn tijd. Daar kan geen vertaling iets aan doen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen