De buurman op de hoek zegt nooit gedag. Hij is de enige in de buurt die niks zegt. Dat is vreemd en blijft vreemd.
De buren in het hofje en in de grotere zijstraat groeten wel en het contact is goed, we komen bij aan aantal mensen over de vloer, dat voelt allemaal als rijkdom en thuis, maar die ene man zegt nooit iets. Is niet verplicht natuurlijk. Het is Amsterdam. In de stad is het gewoon om niks te zeggen tegen mensen op straat. In mijn oude buurt schrokken mensen als ik ze gedag zei. Dat is hier gelukkig anders, op die ene man na.
Ik heb het wel geprobeerd. We wonen hier nu bijna anderhalf jaar en vanaf de eerste zomermaanden kom ik de buurman op straat tegen. Dus zeg ik: Hallo. Of: Goeiemorgen.
Heel moeizaam kwam er soms een reactie. Zachtjes een hallo, of mompelend een goeiemorgen.
Na een tijdje werd ik afwachtend. Zag ik die buurman op straat dan zei ik niks. Ik keek hem wel aan, maar even afwachten. Langs hem fietsen, of lopen. En wachten. En steeds was hij niet degene die als eerste iets zei.
Dus als ik hem gedag zei dan kwam er wel een slappe reactie. Als ik niks zei dan zei hij ook niks.
Ik ben er maar mee opgehouden.
Ik heb anderen in de buurt gevraagd: Wat is er toch met die man van nummer zoveel? Of ligt het aan mij?
Wat blijkt: tegen niemand zegt hij iets.
Zijn vrouw zegt ook niks, zijn zoon en dochter zeggen niks.
Ik vraag me steeds af wat er met die mensen aan de hand is. Zijn ze een beetje op zichzelf? Zijn ze schuw als die kelderfamilie uit Ruinerwold? Haten ze iedereen?
Nu voetbalt hij met zijn zoontje in het hofje. Niet bij hen door de deur, voor onze deur. Hij kan goed voetballen, maar hij zegt niemand gedag.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen