Het was echt jammer dat ik weg moest, en ik sloop werkelijk weg want mijn vriend was ergens anders op het feest en ik zag hem nergens en dat was maar goed ook anders was ik helemaal nooit weg gekomen. Ik zei eerst al bij de voetbalclub in het andere dorp dat ik wel naar huis terug moest want de volgende dag kwam de hele familie op bezoek en moest ik koken voor iedereen, dus beter als ik ergens in de avond al thuis was, en hij zei meteen: Geef die telefoon dan bel ik ze op!

Zo ken ik hem weer, net zoals we een kleine twee uur later, of eigenlijk wist niemand meer hoe laat het was, op de brommer die zijn zoon tussen de fietsen had gezet, ingewisseld voor de auto, over de polderdijk scheurden naar de voetbalclub waar ik ook gespeeld heb – erg lang geleden. Het was of ik iedereen nog kende.

Nu gaat dat gemakkelijk in het dorp, en vooral als je dezelfde taal spreekt. Verschillende mensen kwamen vragen waar ik vandaan kwam, of ik die schrijver misschien was, of ik er eentje was van dat land met die kapel in de andere polder, en daar red ik me wel uit, want ik wilde alleen met mijn vrienden daar bier drinken en feest vieren.

Die voetbalclub is zo eenvoudig, net als de reis terug, een eindje lopen naar de bus, en al gauw stond ik in Utrecht en van daar kar ik met de intercity blindelings naar huis, en de volgende dag was het feest voor mijn zoontje die ik ook die eenvoud en verbondenheid gun, gewoon wat mensen die elkaar kennen en praten met elkaar en proosten, en die eigenlijk geen afscheid willen nemen van elkaar.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen