Tegen een kind van elf praat je anders dan tegen een kindje van twee en een half. Toch loopt dat soms onverwachts door elkaar, en dan wordt het grappig.
Als ik met die kleine jongen naar de supermarkt ga en hij is op zijn loopfiets dan zeg ik bij ieder kruispunt, bij ieder stoepje: Goed kijken.
Dan staat hij stil met beide handjes gespannen aan het stuur en dan kijkt hij heel vaak naar links en naar rechts, en dan wacht hij nog op mij, en dan zeg ik: Kom maar.
Mijn dochter van elf – bijna twaalf, zegt ze zelf – fietst overal zelf naartoe, ook al is ze erg slecht in richting en plaatsbepaling, oversteken kan ze wel. Als ik met haar van de supermarkt terugkom en ik zeg: Goed kijken, dan vindt ze dat de eerste keer nog wel grappig.
Ja papa, zegt ze dan rustig.
Maar als ik iedere tien meter lekker hard roep: Goed kijken goed kijken goed kijken, verandert ze opeens in een tiener die niet wil dat anderen mij horen, dan is schaamte een groter probleem dan verkeersveiligheid, dan gaat ze voor me fietsen, doet net of ze me niet kent, en dan kijkt ze dus niet goed meer en roep ik haar na:
Goed kijken!
Heerlijk om zo onze straat in te fietsen.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen