Gisteravond werd er een documentaire uitgezonden op npo2 met als titel Goede moeders. Omdat het onderwerp (zorginstanties en jeugdbescherming) en zelfs de titel erg veel overeenkomsten hebben met mijn nieuwe roman (Een goede moeder) keek ik met veel aandacht. De film roept veel vragen op, en woedende reacties. Mijn verhaal valt buiten het geschetste plaatje, maar heeft toch ook overeenkomsten: de manier van werken van instellingen als Ouder Kind Team en Veilig thuis is niet in orde.

In de film een aantal voorbeelden van zwangere vrouwen die begeleid worden door een verloskundige, en die in het verleden te maken hebben gehad met het uit huis plaatsen van kinderen. een nieuwe zwangerschap dus, soms in een nieuwe gezinssituatie, en een verloskundige die verplicht melding moet doen bij de instanties, over de nieuwe zwangerschap. Dat zet de verloskundige voor een dilemma.

Zo zijn er: een moeder die haar kinderen eens in de vier weken anderhalf uur mag zien. Er wordt niet verteld wat de achtergronden zijn. Ze is bang. Haar nieuwe partner stelt dat ‘ze wel weer alles zullen gaan verdraaien’. Een stel moet voorkomen bij de rechtbank. De kinderen die ze al hebben zijn afgepakt. Er is geen sprake van geen geweld, geen drugs, geen alcohol. Alleen was de moeder op een gegeven moment ‘niet thuis met de baby’. Er is veel leed, het verhaal is onduidelijk, en er is sprake van pestgedrag door schoonfamilie. Er komen nog twee moeders met een buitenlandse achtergrond in beeld, Afghaans en Nigeriaans, en het opvallendste war daarin gezegd wordt is dat er in Nigeria een president is die niet deugt, maar dat de Nigeriaanse moeder toch verwacht dat in Nederland de overheid niet zo gemeen is. Die opzet van de documentaire is niet de manier waarop ik zo’n verhaal zou vertellen, en dat geldt voor de andere voorbeelden ook.

Er is in dit type jeugdzorg altijd sprake van schrijnende gevallen en van een moeilijk zoeken naar feiten. In de docu komt amper naar voren wat de voortrajecten waren, want ‘opeens kwamen ze de kinderen halen’. Nu weet ik van Veilig thuis en ook van Ouder Kind Team dat ze nooit zo maar iets doen, en dat ze pas na een lang traject eindelijk bij de Raad voor de Kinderbescherming terecht kunnen voor een uiteindelijke uitspraak. In mijn geval is dat nooit zo opgelopen – dat wilde ik niet en dat hoefde van mijn ex niet – en dat was onze redding, tevens zit daar mijn frustratie. Maar info zoeken en info vinden, hoe gaat dat?

In mijn geval werkte mijn ex niet mee, tot Veilig thuis kwam. Vanzelfsprekend was ze bang voor deze instelling, want haar omgeving had haar gewaarschuwd dat ze niet mee moest werken en voorzichtig moest zijn, want ‘ze pakken je kinderen af’. Betrokkenen kleuren de feiten omdat ze angst hebben hun kinderen te verliezen. Dus toen ik met mijn ex bij Veilig thuis zat vertelde zij dat ze de kinderen altijd op tijd naar school bracht (een van de vele voorbeeldgevallen die passeerden) en ik zei hetzelfde. Toch kwamen de kinderen vaak te laat. Twee verhalen waarvan er iets niet klopt maken één verhaal dat wel klopt, maar daar was wel de school voor nodig. Uiteindelijk werd duidelijk wat de situatie was, er zijn wel veel bronnen nodig en onderzoek doen door Veilig thuis is daardoor ingewikkeld. Feiten moeten gedestilleerd worden uit uit onbetrouwbare verhalen.

Toch komen die feiten en dat zoeken amper aan bod in de docu. Wel de huidige situatie waarbij de moeders opnieuw moeder worden, volgens de verloskundige vanuit een krachtige moederaard, de natuur, om toch nog een kindje te kunnen hebben. Ook wordt een schrijnend beeld geschetst van de zorg als twee Veilig thuismedewerkers nogal belerend en neerbuigend doen tegen de verloskundige. Onderbuikgevoel is een woord dat valt, en dat voelt de kijker ook. Toch is onderzoek doen vanuit zo’n instantie ook onderbuik, want de feiten worden niet zomaar gepresenteerd. Het gekke is dat de documentaire, door een eenzijdig perspectief te schetsen, precies doet wat instanties in de film verweten wordt.

Misstanden zijn er, maar ze zijn ingewikkeld. Ernstig is bijvoorbeeld dat de verloskundige een zorgmelding moet maken; alleen info verstrekken kan niet. Daar komt de starheid van de instanties in beeld. Het protocol. Een van de gezinnen, waar niks meer aan de hand is, kan geen melding maken dat er niks meer aan de hand is, want voor een melding moet er iets aan de hand zijn. Dat is bizar. Rapporten kunnen amper herzien worden. Mijn verhaal is dat ik tussen de instellingen en mijn ex in zat. Bij mij was het veilig (nooit onderzoek naar gedaan, misschien vanuit de onderbuik beredeneerd?), en omdat ik de zorg voor de kinderen op me nam was alles in orde. Als ik daarna echter om andere zorg vroeg, voor begeleiding van huisbezoek en een monitor voor mijn kinderen, dan kon er vrijwel niks meer, zelfs zo erg dat ik er de begeleiding maar op me ben gaan nemen tot mijn kinderen oud genoeg waren om zelf op bezoek te gaan. Gezinnen in de docu voelen zich vooral bedreigd door deze instanties, ik voelde me in de steek gelaten.

De film schetst een meedogenloze Jeugdzorg, in mijn geval zag ik dat instanties amper middelen hebben en daadkracht om iets te kunnen uitrichten voor de tussengevallen, als ze het idee hebben dat de situatie deels in orde is. Niet dat ze nou aangaven dat andere gevallen meer prioriteit hebben, dat was duidelijk geweest, het was eerder een slopend traject van afspraken niet nakomen, wachten, tegen muren aanlopen. Staan de instanties te veel onder druk? Uithuisplaatsen zijn een ramp, veroorzaken veel leed, en zijn altijd lange trajecten, niet: opeens kwamen ze de kinderen halen. Dan maak je de post niet meer open, lees je geen email en neem je de telefoon niet meer op. Het duurde in mijn geval drie jaar voor er bij Veilig thuis een melding gemaakt werd en daarna negen maanden voor Veilig thuis een rapport had – ook een complete bevalling.

In de docu werd ook nog gesteld dat in Nederland er 420 uithuisplaatsingen zijn op zoveel gezinnen, en in Denemarken maar vijf. Totaal schadelijk om dat even in een film te plakken, want er wordt niet bij verteld hoeveel zorg de Denen steken in die gezinnen om de kinderen thuis proberen te houden. Misschien krijgt ieder gezin wel een heel team aan begeleiders, en ik durf wel te zeggen dat zoiets in Nederland onmogelijk is, gezien de huidige opzet van de Jeugdzorg.

Het verhaal van de verloskundige is mooi. Ze is heel boos. Ze doet goed werk. Gezinnen worden kapot gemaakt, dat ziet ze. De voorgeschiedenis ziet ze niet. Instanties doen hun werk niet goed. Termen blijven hangen. Ben je eenmaal aangemerkt als verstandelijk beperkt, dan valt die term op vele rapportbladzijden, en er wordt nooit meer gekeken naar de huidige situatie. Tragiek dus, angst, pijn. Ik voelde dat ook, en daarnaast vooral een slopende vermoeidheid. Ik was ook heel boos. Ik stond op een eilandje tussen een situatie die niet veilig was en instanties die geen thuis gaven omdat bij mij de situatie wel veilig was. Verdere regelingen konden niet. Ik vroeg hulp, maar stond alleen.

De docu laat zien dat iedere moeder de wens heeft een goede moeder te zijn. Mijn roman heeft niet voor niets deze titel, maar ik heb er in het boek voor gekozen om alle achtergronden vanuit meerdere perspectieven in beeld te brengen, feiten vermengd met een persoonlijke vertelstem. De enige die amper een stem heeft in de roman is de man waar de vaderfiguur op gebaseerd is, en dat ben ik. Zou ik de verteller zijn dan zou mijn stem van dit verhaal een afrekening maken, terwijl het een liefdesverhaal moest worden, hoe schrijnend ook. Liefde is precies wat ontbreekt bij instanties, wat de verloskundige in de film wel geeft en het enige wat deze gezinnen kan redden.

*

Een goede moeder verschijnt over iets meer dan zes weken.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen