Van Graham Swift las ik twee sterke romans voor ik begon aan Morgen, een roman die ik al een paar keer probeerde te lezen, steeds weglegde, en nu weer oppakte, voor een laatste, niet geheel geslaagde poging.

Eerst las ik Waterland, uit 1983, een grote caleidoscopische roman die even veelstemmig als ook persoonlijk en historisch is, de Engelse polderroman. In Waterland stelt een geschiedenisleraar, en dat heb ik altijd onthouden, dat een polder niet is drooggelegd, een polder wordt drooggelegd. Het wegpompen van het water moet altijd gebeuren, en dat is precies de kern van Nederland en de Nederlandse volksaard. Een dijk bouwen is niet het gevecht tegen het water, het eeuwige afwateren over die dijk heen, dat is Nederland. Als mensen ons land willen begrijpen, wat in de huidige tijd van afgestompt wederzijds begrip een basisprobleem is, hoeven ze alleen maar besef te hebben van dat principe van eeuwige herhaling en onvoltooid werk, en iedereen voelt precies aan waarom Hollanders stug zijn, vasthoudend en soms koppig en vermoeiend, zoals ze zijn. Die scherpe typering staat, en dat lijkt vreemd maar is ergens ook logisch, in een Engelse roman. Voor typeringen is afstand nodig.

Daarna las ik Laatste ronde, uit 1996, over een paar mannen die een overleden vriend gaan uitstrooien. Sfeervol, meerstemmig en intens. Ieder hoofdstukje heeft een andere spreker, steeds met een naam of plaatsnaam als titel. Ieder hoofdstukje net een andere toon. Het is de persoonlijke As I Lay Dying van Graham Swift, die Faulkner goed gelezen heeft.

Allebei zeer goed, die romans, allebei prijswinnend, allebei geschreven voor Swift vijftig was. En daar zit volgens mij de crux. In deze romans toont Swift zich breed onderlegd en zoekt hij het buiten het kleinschalige of het gezin, zelfs als een familiegeschiedenis toch bepalend is zoals in Waterland of als vrienden met een urn door het land rijden om een vriend te gaan uitstrooien. Voor zijn vijftigste schreef Swift echt groots, zijn romans daarna stelden me allemaal teleur, en dat komt door zijn leeftijd. Swift is gaan schrijven naar zijn leeftijd.

Als in 2007 Morgen verschijnt (Tomorrow, vertaald door Else Hoog) is Swift nog geen zestig en laat een vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd aan het woord – in 1966 was ze twintig, nu heeft ze een tweeling van zestien. Stem, vertelling, tempo, zinnetjes, manier van uitdrukking… iedere zin oogt belegen en tuttig. Van de brede uitwaaierende vertellingen van eerdere romans is weinig meer terug te vinden. Dat leest pijnlijk, alsof je naar een voetballer kijkt die vroeger echt bijzonder goed kon ballen, maar nu geparkeerd staat op het veld bij de veteranen (een beeld dat mij niet vreemd is). Schrijvers hoeven echter geen last te hebben van fysieke beperkingen, de ouderdom kruipt in hun hoofd, en zo in hun pen.

De opzet van Morgen is eenvoudig: morgen zal de tweeling iets horen van hun ouders. Iets ingrijpends. In de nacht vertelt de vrouw, Paula, ons haar verhaal, want morgen zal haar man Mike de feitelijke mededeling doen.

Terugkijken dus, deze vrouw gaat haar hele leven vertellen en morgen is de climax. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar Swift laat de vrouw nodeloos stroperig vertellen. In de eerste tien bladzijden staat zes keer dat vader Mike morgen het verhaal zal vertellen. Zijn versie. Dat hij het woord zal doen. Want jullie vader… Dat herhaalt de moeder niet omdat ze in de war is of vergeetachtig of omdat ze dat feit waarde wil toekennen; ze herhaalt het omdat haar verhaal de nacht moet vullen. En natuurlijk omdat er iets met die vader aan de hand is.

Nu ben ik dol op kletsende vrouwelijke vertellers, vandaar dat ik deze roman voor de zoveelste keer geprobeerd heb te lezen, deze verteller gaat net steeds een paar woorden te ver. ‘Ik heb het over jullie papa, de man die nu in diepe slaap naast me ligt, over hem heb ik het.’ Dat zijn ruim 20 woorden aan het begin van hoofdstuk 2, die niets toevoegen aan wat de lezer weet. De vader van de tweeling die wordt aangesproken, ligt nu te slapen. Ik weet het. De lezer wil wel weten wat er met die man aan de hand is, zijn leven wil je horen, maar deze verteller wil dat niet geven. Daar heeft ze een reden voor, ik heb achterin bij hoofdstuk 31 gespiekt, maar dat neemt niet weg dat de vertelling erg vertraagt en ouwelijk klinkt, letterlijk oud. Een verstilde, zeurderige oude vertelling, op een regenachtige nacht, ook dat nog. En die stem is mede gemaakt door de redacteur van Swift, die niet tegen de grote meester heeft durven zeggen: Nou weet ik het wel, Graham.

‘Slapen met, dat is een rare uitdrukking,’ mijmert Paula. Inderdaad, het gaat niet over slapen maar gebruik het woord neuken en je bent van alle tuttigheid af.

‘En op die avond dertig jaar geleden hebben we ook niet echt veel geslapen.’ Ik begreep al op de eerste bladzijde dat deze verteller echt geen hardcore feest van dit boek gaat maken, maar zo preuts hoeft nou ook weer niet.

‘Krijgen jullie ook zulke dagen in jullie leven? Zouden jullie allebei zulke dagen beleven?’ vraagt verteller Paula zich al herhalend af, denkend aan haar twee slapende kinderen, in weer een hoofdstuk met klein leven dat ik maar moeizaam tot me neem.

Wat me vooral ook nu weer bij het lezen tegenstond was het interessante vooruitzicht dat geboden wordt van morgen, maar eerst moeten 270 bladzijden overbrugd worden voor ik daar ben. Ik weet, ik ga de levensverhalen krijgen, maar ook veel herhalingen en vertragingen, en ik wil weten wat er de zoon en dochter verteld gaat worden.

De oplossing was eenvoudig. Ik las eerst slothoofdstuk 31 en met de wetenschap van de clou ging ik terug naar hoofdstuk 2 en kon ik de herhalingen in de vertelling gemakkelijk aan. Ook hier is de rol van de redacteur bepalend: het voorstel om de clou op de eerste pagina te verklappen en zo de lezer richting en rust te geven, in plaats van een uitgesponnen verhaal met een spanning die niet ingelost wordt, is of niet gedaan of heeft het niet gehaald. Gemiste kans.

Misschien verklap ik te veel, dus lezers die Morgen willen lezen zonder de clou moeten deze site nu maar wegklikken, maar ach… deze roman is ook alweer 14 jaar oud, Swift is al dik in de zeventig, dus ik geef een hint. Tijdens het lezen dacht ik vaak aan De passievrucht van Karel Glastra van Loon, waar de clou direct onthuld wordt, op de flap al, als ik me dat goed herinner. Daardoor krijgt die zoektocht van de man die onvruchtbaar is en toch een zoon heeft direct de nodige richting. Het maakte in ieder geval die roman tot een groot succes.

Voor mij is Morgen een waarschuwing. Ik ben deze maand vijftig geworden. De ouwe tuttigheid ligt op de loer. Daarom bladerde ik door Morgen en schoof het uiteindelijk snel aan de kant om Waterland weer op te pakken. Ik begon opnieuw met het inpolderen van mijn eigen literaire idioom, zoals ik dat ruim twintig jaar geleden deed met deze wonderlijk rijke roman in de hand, die me terugvoerde naar de polder waar ik zelf vandaan kom, maar me ook meenam naar andere tijden en andere plaatsen, en die tegelijk totaal persoonlijk is, en een thriller, en levendig en vlot geschreven, en tempo heeft.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen