Vorige week stond er in de Volkskrant een aardig profiel van Kawhi Leonard, de Amerikaanse basketballer van de Toronto Raptors die met zijn team momenteel de finale van de NBA speelt tegen de favoriet Golden State. Ik volg dat basketbal een beetje, eigenlijk alleen de uitslagen, want zo’n hele wedstrijd is te lang en die schotklok maakt me erg nerveus. Mooi spel, maar de tijd zo mee laten tikken is misdadig.
In het artikel viel me op dat de bijnaam van Leonard – de Klauw – breed uitgemeten werd, letterlijk want hij heet de Klauw omdat hij grote handen heeft, er stond zelf een maat vermeld: van het puntje van zijn duim tot het puntje van zijn pink meet zijn gespreide hand 29 centimeter. Dat is veel, aldus het artikel. Maar hoe verhoudt zich dat met mijn eigen handen?
Ik las het artikel in Kingfisher, mijn koffietentje in de Pijp voor overdag, en ik had geen meetlint bij me. Ik had alleen mijn schoen waarvan de zool, zo wist ik, iets meer dan dertig centimeter is. En buiten lagen stoeptegels die 30 bij 30 zijn, ook dat kon ik gebruiken. Het regende. We bleven binnen. Ik trok mijn schoen uit, legde mijn gespreide hand erop en hield een klein stukje over, centimeter of vijf, op het oog. Geen 29, maar wel in de buurt.
Mijn dochter was er ook bij, zij kwam tot iets over de helft van mijn schoen. Turnhandjes.
Thuis konden we echt meten. Mijn rechterhand is van duim tot pink 26 centimeter. Nu weet ik dat ik grote handen heb, maar dit scheelt dus echt niet zo veel met die Klauw. Ik veronderstel dat de meeste NBA-spelers wel grote klauwen hebben, maar mijn handjes kunnen meedoen.
Ik ging schrijven, met mijn schrijfhanden.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen