Met een album van Calexico zachtjes op de achtergrond, een schaakpartij op een ander scherm, de groeiende druivenplant buiten op de pergola, een fluitende merel ergens op een van de daken en een strakblauwe lucht op deze windstille dag, schrijf ik een verhaal dat gaat over een man in een rolstoel. Op een of andere manier komen er vaak personages in mijn verhalen voor die niet goed kunnen lopen, die blind zijn, die doofblind zijn, die geestelijk achtergesteld zijn, die heel oud en daarom een beetje doof zijn.

De reden is simpel: ze hebben iets dat direct dominant is voor dat personage. Als schrijver hoef je niks meer uit te leggen, lezers zullen direct een beeld hebben bij deze man in zijn rolstoel, de blinde man die met de trein gaat in een ander verhaal, een paar personages die niet helemaal snotje zijn zoals in mijn debuut en een verhaal over het trekken van spijkers, bij de doofblinde meisjes uit Naar de overkant van de nacht, bij de oude man uit een andere roman. Uitleg is niet nodig, de lezer kan direct gaan onderzoeken. Handig dus.

Bij Calexico luister ik nooit naar de teksten. Heel veel liedjes hebben geen tekst, ik hoor het als filmmuziek. Ook dat is handig, want vaak is tekst heel bepalend, ook al zijn het slechts een paar klanken of oerkreten. Ooit zag ik Calexico spelen in Paradiso. Geen idee waar ze over zongen, die man met zijn pet, maar het was erg sfeervol. Muziek als decor, bij een bar waar allemaal mensen staan die ook dat geluidsdecor willen. Handig.

Schaken is niet sfeervol. Het is een spel, aldus mijn zoontje. Bij schaken open ik altijd met dezelfde zetten, voor wit met d4 gevolgd voor c4 en met zwart altijd met e6. Die openingen heb ik zo vaak gespeeld dat ik bij de meeste varianten direct weet wat ik moet doen, in het geval van de Franse opening met zwart vaak zelfs de eerste tien zetten. Omdat ik met de klok speel geeft me dat een voorsprong die later handig kan zijn.

De druif heeft de pergola nu helemaal bedekt. Dat kostte drie jaar. Eerst groeide de druif niet meer, de klimop gestikte hem. Nu is die klimop erg drastisch gekortwiekt, dus de druif heeft ruimte, en nu kan ik in plaats van de klimop de druif gaan kortwieken. Het is het een of het ander, het is het snoeien van groei. Niet echt handig, wel een bezigheid.

De fluitende merel tegen de strakblauwe lucht – zijn die handig? Daar ben ik nog niet uit. De vogel lijkt nooit hetzelfde riedeltje te fluiten, wat de variatie ten goede komt, maar juist eentonigheid werkt goed bij vogeltjes. Ik heb altijd het idee dat de fluitende partnerzoekende merels beter wat kunnen roeken zoals duiven, altijd hetzelfde. Die lucht veranderde snel weer. Lucht verandert altijd.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen