Een dikke man had net witte bolletjes van de Jumbo gehaald. Hij had een koptelefoon op. Hij droeg een Ajax-shirt. Hij was de eerste op straat die hetzelfde ging doen als ik: de wedstrijd kijken. Op die heenweg – tegen een uur of acht – had iedereen op straat een rood-wit sjaaltje om of een shirt aan. Iedereen ging hetzelfde doen, iedereen zat in dezelfde spanning.
Ik hou ervan als iedereen met hetzelfde bezig is. Dat heb je alleen met voetbal. Dat is de kracht en de waarde van voetbal. Toen Nederland Olympisch kampioen volleybal werd was daar op straat niks van te merken. Toen Nederland met handbal iets dreigde te winnen ging het normale straatleven gewoon door. Als er met voetbal een finale wordt gehaald, of een halve finale, dan is een heel groot deel van de mensen daarmee bezig. Alleen de Elfstedentocht biedt zoiets.
In de kantine zaten veel jonge spelers van de selectie. Ze hadden nog nooit een halve finale van de Champions League gezien met een Nederlandse ploeg. Ze juichten hard en uitbundig. Daarna werden ze heel klein. Een van hen was om twaalf uur jarig maar toen was de kantine al leeg.
Op de terugweg fietste ik achter een man die een vlaggetje van de Champions League uit het stadion had meegenomen en in het kinderzitje achterop zijn fiets had gestoken. Ik zei in zijn telefoon: Dit zal wel even duren, voor ik hier overheen ben.
Alle mensen op dat moment in de stad waren ook met hetzelfde bezig.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen