Op de dag waarop ik de wc beneden in de hal schoonmaak en de planten water geef waaide het voor mijn gevoel te hard om te gaan wandelen, iets wat ik op zo’n dag nog wel eens een uurtje wil doen. Ik droomde wel van een wandeling langs de Ringvaart. Die nacht kuchte mijn zoontje me wakker en had hij door dat hoesten weer moeite om in slaap te vallen, en dus ik ook. Ik was moe. Ik at kwark met muesli en banaan, daarna voelde ik me sterker. Ik schreef aan twee boeken, bij het ene boek scherpte ik het einde aan en bij het andere boek zette ik net de steigers op om de losse eindjes die het nu nog zijn aan op te hangen. De steigers zijn steviger dan de binnenmuren, op dit moment. Die nacht, tussen het hoesten van mijn zoontje door droomde ik dat ik mijn pinpas kwijt was. Ik wilde deze week geld voor de carnaval gaan pinnen. Dan ligt dat klaar, in een beursje bij mijn pekske. Ik had dus genoeg te doen en het bleek maar waaien en de zon brak door en aan het einde van de dag, net voor ik de aardappels op wilde gaan zetten, besloot ik toch maar een rondje te gaan lopen. Dat was heerlijk.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen