Een politieman vertelde me ooit dat hij alleen in de grote steden werd ingezet met zijn ME-peloton. Hij kwam uit de Achterhoek, uit een dorpje van tweeduizend inwoners.
In die tijd woonde ik net een paar jaar in Amsterdam. Ik sprak de politieman bij een ontruiming van een kraakpand aan de Amstel. Daar staan nu drie grote ronde woontorens en verderop is inmiddels een compleet nieuwe wijk gebouwd. Het was een rustige ontruiming. Ik liep wel eens mee met krakers die ik kende. Ik vond het idee van kraken niks: in iemand anders zijn huis gaan zitten. Wel vond ik de woningmarkt verziekt, want in de stad was woningnood en toch stonden er veel huizen te verpauperen en werden huizen als beleggingsobjecten van de een naar de ander geschoven, net wie er iets mee wilde. En dan is dat ‘iets mee willen’: geld verdienen.
De politieman stond bij zijn busje te roken. Ik rookte toen ook nog. Hij vertelde dat hij al heel vaak dit soort acties meegemaakt had. Hij wees naar zijn pak en zei: Dit pak, daar ligt het aan. Het ademt niet.
Die woorden zijn bijna dertig jaar later onheilspellend en wrang.
Op een borrel laatst ging het over de recente discussies. Een buurman vertelde dat een ME-pak heel erg warm is. Toen moest ik denken aan die politieman van toen bij de krakers.
Die politieman zei: We staan altijd samen. Politiemensen werken altijd samen. Wie er ook voor je staat, je houdt de groep bij elkaar. Als het warm is dan sta je daar soms een halfuur, soms een uur. En de mensen die je voor je hebt roepen en schelden en slingeren je van alles naar je hoofd, letterlijk of alleen maar woorden, of ze steken hun middelvinger op, dat mag en dat is het recht van demonstreren en het broeit onder die helm en je lijf wordt heet en het is inhouden en inhouden en niks doen, je hebt niks anders te doen dan te wachten op het signaal: Gaan.
Hij stond heel rustig te roken en de krakers waren het pand al uit. Niemand hoefde meer te gaan. Ik geloof wel dat ik iets meer begreep van de spanning van dat werk. Want dat zei hij erbij:
Ze doen altijd alsof het gewoon werk is, even naar de grote stad een beetje om je heen meppen, en dan weer naar huis bij de boertjes. Dat is niet zo. Alles wat je naar je hoofd krijgt gaat in je hoofd zitten.
Bij het werk van politiemensen en ME’ers kan ik me moeilijk een voorstelling maken, bij dat laatste wel.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen