Al meteen in het begin van Het portret, het debuut van de Vlaamse Hannah Roels, liggen drie gevaren op de loer: de flaptekst, schrijfopleidingsproza en gebrek aan normaliteit. Alle drie weet Roels ze glansrijk te overwinnen.
Het portret wordt op de achterflap geduid als: ‘een onderhuidse roman over perceptie, intimiteit en de fundamentele onwetendheid over onze eigen identiteit.’ Dat onderhuidse is een mooi streven, het vervolg is abracadabra dat lezers vooral wegjaagt, die mij in ieder geval drie weken niet naar het boek deed omkijken.
Hoofdpersoon Alizane volgt een schrijfopleiding. Schrijven, je kunt ermee spelen, je kunt ermee dwepen. Voor allebei geldt: oppassen. In de jaren dat ik les gaf aan verschillende schrijfopleidingen vormde zich een speciaal type schrijfopleidingsproza dat er kortgezegd op neerkomt: jongen en meisje (of meisje-meisje of jongen-jongen) ontmoeten elkaar, praten wat, voelen over en weer wat spanning, raken elkaar aan, friemelen wat, maken kunst, hebben vervolgens onderling flink wat problemen en weten zich geen raad. Ze praten die problemen en onbehouwenheid uit in metaforen. Gevaar: Is deze roman over een schrijfopleidingsmeisje op zichzelf ook schrijfopleidingsproza?
Dubbel oppassen, want in deze fictieve situatie van jongens en meisjes en problemen en metaforen dreigt bovendien de normaliteit weggedrukt te worden, te vergeten, dreigt zelfs helemaal niet te bestaan. Dat is niet erg, als dit volledig doorgetrokken wordt, zeer consequent, maar dat gebeurt zelden in schrijfopleidingsproza waar kunst gemaakt wordt. Ik heb ooit een betoog geschreven over romans van vrouwen die vooral leunen op de gekte van de hoofdpersoon. In die romans moeten toevalligheden doorgaan voor symboliek en wordt een leven met normaliteit gevreesd. De afwas doen bijvoorbeeld is ondergeschikt aan een dialoog over hoe het ene karakter het andere ziet, of wil zien. Zweverig ratioproza zonder basis. Situaties zonder problemen worden niet geschetst zonder er eerst een probleem bij te verzinnen.
Voldoende grote gevaren dus, en daarom begon ik zeer huiverig aan Het portret, waarin aspirantschrijver Alizane het mysterieuze mooie meisje Sam ontmoet, op de Academie waar zij schildersmodel is. Al snel trekt Sam vrijwel zonder reden bij haar in, praten ze kort, raakt haar voet Alizane’s dij, en zijn ze plots met elkaar verbonden, en ze gaan ook nog kunst maken. Het enige dat Roels roman kan redden zijn mooie beelden en relativering, en die gebruikt ze gelukkig precies op tijd.
‘Ik had natuurlijk iets moeten vermoeden. De situatie was op zijn minst bizar, waar kwam dit meisje vandaan met haar ranke pas en gebeeldhouwde gezicht. Een dag later lag haar gebruikte ondergoed tussen het mijne in de wasmand.’
Roels kent de gevaren van schrijfopleidingsproza en gebrek aan standaard. Ze weerlegt haar vage flaptekst en trekt de norm mee naar dat zolderkamertje door een mooie passage waarin de verteller haar eigen verhaal onder de loep neemt en afsluit met een gedeelde wasmand. In dat beeld wordt het leven van Alizane haarfijn beschreven en de verteller blijft de baas, zoals ze ook het derde deel opent met een beschrijving van het winterweer met daar achteraan: ‘… het zou de laatste keer zijn dat ik op het atelier kwam, maar dat wist ik toen nog niet.’ Zo vertel je een verhaal, zo geef je de tijd en de verteltijd een plekje in het verhaal.
Dank voor deze slimme verteller, Hannah. Dank voor die wasmand, dat beeld zal me bijblijven. Dank ook voor de afwas die je Sam even daarna op pagina 29 laat doen.
‘Ze draagt een zachte wollen trui met opgerolde mouwen, haar armbanden liggen op tafel en haar handen nemen de kopjes en borden voorzichtig uit het schuim.’
Daarna wordt er door de meisjes wel iets liefs gezegd, over hoe mooi de handen van de een zijn en hoe knap Sam was, dat is de normaliteit van mijn tienerdochter die een vriendinnetje aan de deur krijgt die als eerste zegt: ‘Dit zijn ze.’ En dan bedoelt ze haar nieuwe schoenen. Mijn dochter weet dat, en zegt: ‘O mooi.’
Natuurlijk zegt de verteller van deze roman ook dingen als: ‘Het samenzijn van Sam en mij was gebaseerd op discretie,’ op een moment dat dat samenzijn amper uitgediept is, krult ze zich herhaaldelijk op in bed, en delen de vrouwen neuroses die in onderlinge gesprekken weer aan bod komen, om gek van te worden, maar dan is er steeds een reddend beeld of een mooi afsluitend zinnetje als: ‘Ze rende terug de trap op.’ Dat is helder, dat is tevens sterk vanuit de schrijver: een personage de kans geven na zo’n dialoog de trap op te rennen. Of een scherp beeld als: ‘Hij wikkelde me uit de peignoir als een kind dat in bad moet.’
Roels laat de verteller ook verward een atelier binnenkomen: ‘Ik had ruimte nodig om dit in me op te nemen en deze plek te verkennen.’ Een simpele beschrijving van die plek was wat zakelijker en filmischer geweest, nu focust ze op wat er intern allemaal borrelt bij een jonge vrouw die bijna hyperventileert bij het zien van een ruimte waar kunst gemaakt wordt. Stel dat karakter gerust, denk ik dan. Laat iets gebeuren dat haar en de lezer vertelt: het zijn maar schilderdoeken en wat tubes verf. En dat doet Roels: ze laat de telefoon overgaan. Gered door de bel. Het is Sam die een bericht stuurt: ‘Ben je eindelijk in iemands bed beland?’ Goeie vraag, want in de roman wordt langzaam duidelijk dat er iets gebeurd is met Alizane waardoor ze juist daar moeite mee heeft. Dat motief op de achtergrond is sterk. Juist daar is de hoofdpersoon mee bezig, omdat ze slachtoffer is van een verkrachting. Erg verstopt in de roman, maar het geeft wel veel spanning. Het stuurt haar psyche, en haar fysiek, zelfs haar dromen. Het maakt haar gekte maar is tegelijk een kader voor die gekte, en Roels laat zich niet door die gekte leiden, ze is die gekte de baas; het verfrommelde contact tussen de hoofdpersoon en haar vader krijgt aan het einde van de roman een hoopvolle wending, ze komen tot elkaar. En ook de schildersmodellen die David uitzoekt worden geduid aan hun randje, dat zijn ‘vaak meisjes met een hoek af, om niet te zeggen een beetje gek.’ Wederom mooi gezegd, mooi uitgelegd ook.
Bovendien doseert Roels de actie goed. Het duurt een tijdje maar dan neemt Sam mannen mee naar de zolder van Alizane, dat geeft weer een andere spanning. Verliefdheid, seks, zwangerschap, abortus. Eerst bij Sam, later bij haar zelf, veel moeizamer. Dat moeizame heeft natuurlijk te maken met de verkrachting die, en dan legt Roels mooi de link tussen kunst maken en deze kant van het verhaal, pas duidelijk in beeld komt als de schilder waar Alizane voor poseert zegt dat ze erover moet schrijven, en als hij het kijken en verwoorden van beelden op schildersdoek zo benut dat hij aan de hand van wat hij gehoord heeft over de verkrachting de dader kan vastleggen in verf. Sterk gegeven dat doet denken aan Specht en zoon van Willem Jan Otten, waarin een schildersdoek, tevens de verteller, transformeert in een jongen die overleden is, en dus weer tot leven gewekt wordt. Dat is het ultieme wat kunst kan doen. Roels kent dat spectrum en haar verhaal voegt zich daarnaar.
Al in de proloog vindt Alizane een portret voor haar deur. De flaptekst verraadt dat het om een vrouwengezicht gaat, voor mij is het lange tijd niet duidelijk wie er op dat doek staat en dat is prettig, die vraag dwingt je tot verder lezen en dan kom je mooie zinnetjes tegen die net de schrijfschooltuttigheid voorbij gaan door een sterk beeld op te voeren. Als Sam David ontmoet, de David waar een compleet deel van het boek naar vernoemd is, zit de verteller ‘in de schommelstoel bij de kachel thee te drinken.’ Het referentiekader van Pickwick. Schrijfopleidingsproza uit het boekje, maar Roels voegt eraan toe: ‘… en mijn hand lag als een gewond dier in mijn schoot.’ Geen beeld dat we niet eerder hebben gezien, wel klopt het bij het vorige paragraafje waarin Alizane haar hand opensnijdt, en juist zo’n eenvoudige fysieke gebeurtenis en een verteller die daarop terugkomt wekt de tekst tot leven.
Dit proza zoekt niet alleen de gekte of de metafoor, dit proza maakt duidelijk dat de juiste, goedgedoseerde beelden binnen een slim verhaal lading kunnen geven aan het alledaagse.
Een van de beste debuten van de laatste jaren.

»

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen