Het indoor speelparadijs was overwegend groen geschilderd. Het was een jungle. Een doolhof. Mijn zoontje had een uitje met de opvang, met ruim twintig kindjes. Ik ging mee. Ik nam mijn werk mee maar kwam niet echt aan iets toe want die jongen wilde natuurlijk dat ik mee ging spelen. Trapjes op, tussen te kleine rollen door, een glijbaan af. Na een uur sprak ik hem toe. Nu ga ik nog een keer mee en daarna ga je spelen met je vrienden, anders gaan we naar huis. Dat was goed. Niet lang daarna gingen de kindjes friet eten. Ze zaten allemaal naast elkaar aan twee lange tafels. Ik wilde nog wel wat doen want ik moest een workshop voorbereiden en een halve roman redigeren maar uiteindelijk keek ik wat om me heen en liet de speelparadijsgeluiden heerlijk doordringen en ging toch nog maar een keer met mijn jongste een klimapparaat in om de uitgang te zoeken, want daar gaat het eigenlijk om. Het vinden van de uitgang.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen