Aan het strand van Texel, achter de beschutting van een glazen wand waar ik de vogels al tegenaan voelde vliegen, ieder moment, dronken we een borrel. Het was oktober. Het was behoorlijk warm, zeker in de zon achter dat glas. Dat weekend waren we naar het noorden gereden, de fietsen stonden achterop de auto, verder hadden we bijna niks bij ons, alleen wat kleren en wat geld en vooral veel tijd.

Op dat terras, het eerste terras dat we opzochten nadat we de spullen in de kamer hadden gelegd, kreeg ik kleur op mijn wangen, niet van de zon en ook niet van andere spannende dingen waar je kleur van op je wangen kunt krijgen – ik voelde mijn bloed weer stromen op mijn gelaat, simpelweg alleen omdat er tijd was om even helemaal niks te hoeven, niks te doen, niks te moeten.

Nu ben ik niet iemand die daar doorgaans over zeurt, ik hou van dingen hoeven, dingen doen en dingen moeten. Dat vult de tijd lekker op, dat rammelt je de dagen door. Daarom produceer ik redelijk veel. Daarom ben ik altijd bezig. Maar dat weekend op Texel was ik nou net even helemaal nergens mee bezig, en dat was ook wel eens lekker.

We fietsten rond, in de zin van: hel hele eiland rond, maar ook in de zin van dat we maar een beetje rondfietsten, zonder ergens naartoe te hoeven – het maakte niet uit. Kregen we dorst dan dronken we ergens wat, kregen we honger dan aten we ergens wat. Ik had gereserveerd bij een restaurant in de avond, en dat was een afspraak waar ik eigenlijk spijt van had, want daar moesten we dan naartoe, maar toen we  daar eenmaal zaten was er niks anders dan wij twee aan een tafeltje met lekker eten en wijn.

Dit is bijna alweer tweeënhalf jaar geleden, en in de tussentijd hebben we veel gedaan, veel gemoeten, vooral voor anderen, en dan is het fijn om terug te denken aan een weekendje vlakbij huis, maar wel aan de overkant van dat leven van hoeven, doen en moeten. Zodra het weer kan gaan we dat weer doen. Samen.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen