Ik wil hout hakken, zei mijn zoon toen hij wakker werd. De avond ervoor had ik hem gezegd dat we de schuur maar eens op gingen ruimen, een beetje schoonmaken en vegen, spullen die we niet nodig hebben weggooien als de containers op de hoek van de straat weer geleegd zijn, de spulletjes die in de tuin kunnen weer buiten zetten, het tuingereedschap aan de balken hangen die het dak dragen, dat soort dingen. En hij zei: Dan wil ik houtjes hakken want in het grote sprookjesboek ging de papa van Kleinduimpje houtjes hakken met een bijl.
Met een bijl?
Hij knikte.
Is dat niet gevaarlijk? Hak je dan niet je voet eraf?
Dat vond hij ingewikkeld en gevaarlijk. Niet te veel aan denken, ik let wel op.
Dus die ochtend aten we een broodje in een stil huis, want zijn broer en zus sliepen nog en zijn mama werkte op mijn werkplek op éénhoog waar ik normaal gesproken zit te tikken. We gingen naar de schuur. Ik haalde de fietsen eruit. Ik zette het afval buiten, de bakken met glas, papier en plastic. Ik zette de step en de loopfiets buiten. Ik verzamelde hout en pakte de handbijl.
Voel eens, zei ik.
Mijn zoontje pakte de bijl op. Hij kon het ding optillen, maar het was veel te zwaar voor hem.
Ik verzin wel iets anders, zodat je houtjes kunt splijten, met een hamer en wiggen of zo.
Dat vond hij een goed idee, tot mijn opluchting.

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen