Ik had behoefte aan een goede thriller, liefst een reeks. Liefst kleine boekjes, goed geschreven, geen horror, maar psychologische spanning, met een levendige hoofdpersoon.
Ik las een recensie over de laatste thriller van Ian Rankin, ik had nog nooit iets van de Schot gelezen, ik was nieuwsgierig. Ik zocht een paar leesfragmenten op, want die test moet ik altijd even aangaan. Is zo’n eerste paar bladzijden een beetje lekker geschreven?
Daar was ik al snel achter. Rankin schrijft helder, beschrijvend, zeker niet te expliciet, en volgt in zijn thrillers hoofdpersoon John Rebus, die woont en werkt in Edinburgh. Vreemd hoe associaties bij een lezer kunnen werken. Ik vond Rebus een leuke speelse naam, omdat thrillers puzzeltjes zijn, en ik was ooit een weekend in Edinburgh en vond dat een geweldige kleine bruisende stad waarvan ik me vooral de pubs herinner, al waren ze klein en zaten er maar drie mensen, het was er altijd vol sfeer.
Dus ik bestelde de eerste drie John rebus-thrillers van Ian Rankin en begon in Kat & muis, de vertaling van Knotts & Crosses. Voor een reeks thrillers is een logische serie titels handig. Rankin liet dit debuut volgen met Hide & Seek, en zijn derde heet Tooth & Nail. Jammer dat de tweede vertaald is als Blindeman, en de derde wel weer als Hand & tand, misschien was er voor de uitdrukking hide and seek geen Nederlandse versie te vinden.
De eerste Rankin leest bijzonder goed. Politieman Rebus heeft zo zijn eigen problemen: een broer die ver van hem af staat, een misgelopen huwelijk, een dochter, en een politiezaak die hij moet onderzoeken, in eerste instantie alleen het saaie papierwerk – ook een mooi gegeven, die draait om de moord op twee meisjes, moorden die niks met elkaar te maken lijken te hebben. Verder krijgt hij af en toe post: een cryptisch zinnetje op papier, en een touw met een knoop erin. Allemaal aardige puzzelstukjes.
Rebus staat centraal. Dat vind ik het grote pluspunt. De eerste honderd bladzijden heb ik nu gehad, en ik weet nog helemaal niks van die moordzaken, van de briefjes, van de knopen. Ik weet wel heel goed wie Rebus is: een man met een oorlogstrauma, een piekeraar, geen vlotte prater.
Hij is gelovig, maar houdt niet van menigten in kerkgebouwen, hoe beleid je dan je geloof? Door in jezelf te bidden. Dat doet Rebus, naast allerlei huiselijke beslommeringen, zoals een waakvlam die soms dooft, zonder dat het symbolisch wordt. O dat moet de lezer er zelf maar van maken:
‘Hij was blij dat de waakvlam nog brandde. Dat was een goed voorteken, vond hij. Toen hij weer naar bed ging, vergat hij zelfs niet zijn avondgebed te zeggen. De Grote Baas boven zou verrast zijn. Hij zou in zijn dikke boek schrijven: Rebus heeft vanavond nog aan me gedacht. Misschien moet ik hem morgen maar eens een fijne dag bezorgen.
Amen.’
Nergens in deze regels de hysterische hijgerige spanning die veel thrillers dicteert. Wel een man die hoopt op een iets beter leven. Die hoop, en soms een kleine verdienste en een glimpje van perspectief maken dit boek.
‘Soms was het leven een feest. Soms.’
Daarmee sluit Rankin het relatief lange hoofdstuk 10 af, waarin de inspecteur een date heeft die bijna lijkt te lukken. Die scène is kabbelend, trekt me in het decor en de hoofdpersoon, zet de moorden juist even op afstand, terwijl ik wel weet dat die politiezaken terug zullen komen. Die rust, daar was ik naar op zoek, en Rankin stelt niet teleur. Lezers die hyperspanning willen met bloed, moorden, details, achtervolgingen en heftige knettergekke psychopaten, ingewikkelde complotten en andere doodnormale thrillerelementen, hoeven Rankin niet te lezen. Zij zullen al gauw afhaken.
Ik ga nog meer Rankins bestellen.

«

Jan van Mersbergen

Jan van Mersbergen